27/08/2026
Een van de vrijwillige toppers van Amaliahof in de spotlight!
“De voldoening die ik terugkrijg, geeft mij weer kracht om verder te leven.”
Maarten Gubbels (51) uit Swalmen is sinds maart 2026 vrijwilliger bij De Zorggroep binnen Amaliahof. Iedere woensdagochtend is hij te vinden bij het babbeluurtje, waar hij ouderen een gezellige en waardevolle ochtend bezorgt. Hoewel hij nog maar kort vrijwilliger is, heeft het vrijwilligerswerk nu al een bijzondere plek in zijn leven gekregen.
Voor Maarten was vrijwilligerswerk een nieuwe stap na een ingrijpende periode. Vorig jaar onderging hij een openhartoperatie en werkte hij aan zijn herstel. Tegelijkertijd verkocht hij samen met zijn partner hun succesvolle brasserie. Hoewel hij graag weer actief wilde zijn, voelde hij zich nog niet klaar om terug te keren naar een baan in loondienst. Vrijwilligerswerk bood hem de mogelijkheid om weer onderdeel te zijn van de maatschappij en voorzichtig nieuwe energie op te bouwen.
Zijn horeca-achtergrond bleek perfect aan te sluiten bij het vrijwilligerswerk dat De Zorggroep hem kon bieden. Tijdens het babbeluurtje schenkt hij koffie, speelt hij bordspellen met bewoners en voert hij warme gesprekken. Soms begeleidt hij ouderen naar de silverfit, zodat ze kunnen bewegen en actief blijven. Maar volgens Maarten gaat het uiteindelijk niet alleen om de activiteiten. Het belangrijkste is dat hij een luisterend oor en een helpende hand kan bieden aan de mensen die hij ontmoet.
Dat contact met de ouderen geeft hem veel voldoening. “Als ik na afloop weer op mijn fiets stap, ben ik zo blij dat ik langs ben geweest. Dat doet mijn hartje goed,” vertelt hij. Het gevoel dat hij echt iets kan betekenen voor anderen maakt iedere woensdagochtend bijzonder.
Een moment dat hem altijd zal bijblijven, vond plaats na zijn derde bezoek. Toen hij afscheid nam van de bewoners en iedereen smakelijk eten wenste, sprak een van hen hem aan: “Maarten, dank je wel, het was erg leuk vandaag met je.” Die eenvoudige woorden maakten diepe indruk. “Dan sta je daar wel even met je mond vol tanden,” zegt hij. “Zo mooi.”
Ook voor hem persoonlijk betekent het vrijwilligerswerk veel. Hij ervaart het als een belangrijke stap in zijn herstelproces. Het geeft hem het gevoel dat hij er weer bij hoort en vooruitgaat, ook al zijn het kleine stapjes. Daarnaast leert hij zelf belangrijke lessen. Waar hij vroeger jarenlang
ongeveer 75 uur per week werkte, ontdekt hij nu hoe belangrijk het is om rust te nemen en een beter evenwicht te vinden.
Volgens Maarten is de impact op de bewoners duidelijk zichtbaar. Hij merkt dat veel ouderen behoefte hebben aan aandacht en contact. Tijdens spelletjes en gesprekken ziet hij bewoners opbloeien. Met behulp van een ‘kletspot’ stelt hij vragen of legt hij dilemma’s voor, waardoor mensen worden uitgedaagd om hun verhalen en ervaringen te delen. Vaak levert dat mooie gesprekken op.
De samenwerking binnen De Zorggroep ervaart hij als prettig en ongedwongen. Het team van vrijwilligers is klein maar gezellig en er heerst geen druk. Die ontspannen sfeer merkt hij ook bij de bewoners. Een voorbeeld daarvan was tijdens een periode van extreme warmte, toen vrijwilligers van de organisatie een bericht kregen dat ze gerust thuis mochten blijven als het te warm werd. Toch was iedereen aanwezig. “Dat zegt eigenlijk genoeg over hoe fijn het is om hier vrijwilliger te zijn,” aldus Maarten.
Aan mensen die twijfelen over vrijwilligerswerk heeft hij een duidelijke boodschap: “Doen!” Zelf vond hij het ook spannend om de stap te zetten. Maar achteraf is hij blij dat hij zijn moed heeft verzameld en contact heeft opgenomen met De Zorggroep. Hij ziet hoeveel verschil een beetje aandacht kan maken voor ouderen die zich soms eenzaam voelen. En tegelijkertijd heeft het zijn eigen leven weer richting en betekenis gegeven.
Voor Maarten is vrijwilligerswerk dan ook veel meer dan een bezigheid. Het is een manier om iets voor anderen te betekenen én om zelf verder te groeien. Zoals hij het zelf treffend samenvat:
“De voldoening die ik terugkrijg, geeft mij weer kracht om verder te leven.”