17/06/2026
Ik moet iets bekennen.
Terwijl half Nederland reikhalzend uitkijkt naar de zon, voel ik iets anders. Ik hou van donker. Van regen tegen het raam. Van guur, grijs, nat weer waar je binnen bij wegkruipt. En soms denk ik: ben ik de enige?
Lang dacht ik dat het gewoon een kronkel was. Tot ik er laatst over nadacht waar het vandaan komt.
Vroeger gingen we elk jaar naar Drenthe.
Een week in het voorjaar, een week in het najaar, ontelbare keren, jaar in jaar uit.
En het regende bijna altijd.
Maar wat herinner ik me? Een kneuterig huisje. Beide ouders, met alle tijd van de wereld, gezelligheid, spelletjes doen, warmte.
Twintig keer naar hetzelfde museum en élke keer was het fijn. Karnemelkse gortepap die we nergens anders kregen dan dáár. De kleine dingen.
Geen wonder dat mijn hart nog steeds naar Drenthe trekt.
Want dat is het mooie aan voorkeuren: ze komen ergens vandaan. Wat wij prettig vinden, veilig, thuis, het is vaak verweven met wie er bij ons was en hoe we ons toen voelden. Mijn liefde voor guur weer gaat helemaal niet over weer. Het gaat over geborgenheid.
En daarom maakt mijn hart een sprongetje nu ik mag meedoen aan "De Vliegende Start" bij Growing Emmen. Alsof ik op vakantie ga. Een soort thuiskomen. Weer of geen weer.
Dus: ben ik de enige? Of mag ik ook gewoon, houden van guur en donker, terwijl iedereen de zon aanbidt?