02/09/2021
GYNAECOLOOG II We hebben een gesprek bij de gynaecoloog in Vlissingen.
Mijn mama is bij de kinderen, mijn mama die er non stop voor ons is, met liefde, warmte, leuke plannen met de kinderen.
We moeten eindeloos wachten, tegenover een mama die samen met haar mama een mollig kindje zit te betuttelen. Ik kan er naar kijken - maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik wil ook een mollig kindje. En toch gun ik het haar zo. Ik heb al drie keer een heerlijke baby in mijn armen mogen houden, wat een zegen.
De gynaecoloog is een man. Dat valt tegen. Een jonkie ook. Hoe kan hij ooit de diepte van mijn verdriet peilen - schiet door me heen, voor ik mijn masker tot ver over mijn oren trek en samen met Matthijs naar binnen loop.
Het is toch best een goeie gozer. Droogkloterig benoemt hij de stappen. Benoemt hij de medicatie. Hoe dat in zijn werk gaat, wat je kunt verwachten. En ergens is het wel fijn, zo aards. Dat hij niet met me mee gaat zitten huilen. Dat we puur te horen krijgen hoe en wat. En dat de verpleegkundige ons vanmiddag nog zal bellen, voor alle praktische zaken rondom de bevalling.
Daar zou ik de volgende dag voor terecht kunnen, in Goes. De bevalling.
Morgen?!
Oh nee. Dat is veel te snel. Geen goed gevoel. Sowieso niet, maar morgen helemaal niet.
Het wordt de dag erop. Vrijdag. De dag dat we eigenlijk met blij gemoed en bolle buik richting Frankrijk zouden rijden. Nu mogen we onze koffers pakken voor het ziekenhuis.
Op de gang krijgen we een zakje met een pil mee. En een briefje met bijwerkingen, en gebruiksaanwijzingen. Of ik dat die avond, tegen negenen, in wil nemen. Dat zet de boel in gang.
Natuurlijk wil ik dat niet innemen. Malloot.
Natuurlijk ga ik het innemen.
Alhoewel ik niet weet hoe. Bij god niet weet hoe. Ben ik een moordenaar?
Het is zo raar. Ik heb altijd gewenst dat mijn kindjes zouden leven. Niet eens zo heel bewust, maar altijd getoost op het leven.
Nu wens ik hem dood.
Nu wens ik, stiekem, dat hij zelf zal sterven. In mijn buik. Dat ik het niet hoef te doen. Dat ik hem niet voor pijn hoef te behoeden, dat ik de keus niet hoef te maken die niet te maken valt.
Het werkt niet, uiteraard. Dit is een keus die wij moeten maken - of we nou willen of niet. Zou het karma zijn?
Ik merk dat ik al minder contact maak met mijn buik. Het contact heeft zich verplaatst van 'baby' naar 'ziel'. Ik zie hem alleen nog maar voor me als jongvolwassen man. Stralend. En toch. Als ik die avond in bed kruip, leg ik mijn handen op mijn buik. Nu is hij er nog, zo heel, heel dichtbij. En hoe onwerkelijk alles ook is, hoe raar alles ook loopt, dát is iets om dankbaar voor te zijn.
Ik bel mensen. Praat met mensen. Mensen die hetzelfde meegemaakt hebben. Mensen die tussen de sluiers door kunnen voelen, naar dat waar de meeste mensen alleen maar naar gissen. Mensen die postpartum zorg bieden. Want, weet ik, straks ben ik zelf ook een postpartum mama. Zonder baby, dat wel. Maar toch, een 'kraamtijd'. En ik wil dat goed geregeld hebben voor mijzelf, zodat ik goed kan herstellen, zodat ik niet nog een hele nasleep krijg, fysiek gezien.
Mijn Ayurvedisch brein zet alles in gang. Al mijn kennis rondom bevallen, en de postpartum tijd wordt ingezet. Ergens vind ik de kracht om supplementen, speciale oliën, voedingsmiddelen en Ayurvedische kruiden te bestellen. Om een mengsel te maken, voor daarna. Heel even sluipt er een greintje vreugd naar binnen - heel even kan ik me indenken dat ik me gewoon aan het voorbereiden ben op mijn kraamtijd. Heel even, tot het besef weer keihard binnenkomt: alles leuk en aardig, maar straks is er géén baby.
Daar kan geen supplement tegenop.