25/08/2026
Een gek gevoel.
Een collega belt.
Na twee jaar begeleiding tijdens ziekte is het moment gekomen dat de jonge moeder is overleden. Lang was de dood niet bespreekbaar en nu overvalt die het gezin toch.
De collega is er dagelijks, verbindt, ondertitelt en probeert van de 2 dochters te horen wat het afscheid ook tot hun afscheid maakt die week.
Er komt heel weinig uit hen, terwijl ze beide de leeftijd hebben om wel iets te willen.
Ze nodigen ook vriendinnen uit om te komen. Het is dus niet de onhandigheid die pubers soms kunnen voelen rondom verdriet en emoties.
โIk mis iets, wat zie ik nog niet en kan hen wel helpenโ, is de vraag van de collega.
Terwijl ik nog wat vragen stel over de situatie, realiseer ik me opeens dat hij hen al twee jaar heeft begeleid. Dat betekent dat er al minstens twee jaar geleefd werd rondom een diagnose, met alle onvoorspelbaarheid die daarbij komt kijken.
En waar de voor de omgeving de dood het ergste is, zou het zo kunnen zijn dat er voor de puberende dochters ook het onbegrijpelijke gevoel van opluchting is.
Geen opluchting dat mama dood is. Zeker niet.
Wel opluchting dat je nu weet waar je aan toe bent.
Dat je niet meer van uitslag naar uitslag leeft. Dat je niet onderweg van school naar huis al denkt; hoe is het met mama vandaag.
Dat je niet wakker wordt met de angst dat mama weer pijn heeft of misselijk is.
Het klinkt gek, maar nu weet je; er is missen en verdriet en daar moet ik het mee doen. Soms is dat, zeker in de eerste periode na een overlijden dat volgt op langer ziek zijn, beter te dragen dan die onzekere, lastige tijd daarvoor.
Het is een verwarrend gevoel, want je hoe kun je je nu opgelucht voelen? Zeker als iedereen naar je kijkt met toch een blik vol medelijden omdat je moeder dood is.
Toch zie ik het vaker. Eerst even ruimte voelen om weer te ademen, om niet meer te wachten, om niet meer te hoeven zorgen, met hoeveel liefde je het ook deed. En nog veel langer had willen doen.
Het is een gevoel dat niet alleen pubers kunnen hebben, ook partners die veel hebben gezorgd, anderen die dichtbij waren in de tijd van ziek zijn.
Maar het is ook gek. Mag het wel? Heb je dan wel genoeg van die ander gehouden?
In mijn ogen wel. Het is een natuurlijke reactie op een moeilijke tijd.
De collega zegt; die optie was even uit beeld, morgen ga ik eens voorzichtig polsen, want dit zou het zomaar kunnen zijn.
Herken jij er iets van?
Opluchting voor de ander?
Opluchting voor jezelf?
Had je moeite met dat gevoel? Herkende je het?
Ik ben benieuwd.
*En dan deel ik ook nog graag dit; wat is het fijn als we als collegaโs in de uitvaartzorg naar elkaar kunnen bellen, onze vragen voorleggen en samen zoeken naar wat past in dit gezin, deze situatie. Vanuit de wens hen de beste begeleiding te bieden, zonder angst voor concurrentie en oordeel.*