09/08/2025
Ik kwam zelf het thema ‘Grenzen’ tegen
In mijn werk als trainer, therapeut en coach begeleid ik anderen vaak hoe ze kunnen omgaan met grenzen. Toen mijn liefdespartner plotseling een ingrijpende diagnose kreeg, kwam ik het thema ‘grenzen’ zelf volop tegen. Vooral haar wereld stond ineens op z’n kop. Maar die van mij en ons samen ook. Dat mogen toegeven; dat naast haar leed, ik het óók pittig vind, dat lukte me niet zomaar. Mezelf toestaan er hier over te mogen schrijven, voelt zelfs een beetje dubbel. Zíj́ heeft het zwaar… het is háár diagnose, behandelingsproces… Niet ik!
Ik ben mijn hele leven gewend vooral voor anderen te zorgen en te geven. Dat heb ik terugkijkend al heel jong leren doen. Heeft me ook veel gebracht. Dus doe ik dat natuurlijk ook nu mijn liefdespartner het zo zwaar heeft. Maar is daar ook een grens aan? Hoe voel ik dat? Waar en wanneer is het voldoende als mijn liefdespartner het zwaar heeft? En hoe zorg ik behalve voor haar, ook voor mezelf? Als ik niet voor mezelf zorg, hoe kan ik er dan voor háár zijn? Ik wist en snapte het allemaal, maar het in praktijk brengen is nog niet zo makkelijk. Ik vond het moeilijk om naast zorgen en er voor haar zijn, ook iets voor mezelf te mogen doen, het leuk te mogen hebben, te mogen verheugen en genieten, blij te mogen zijn, als zij het zo zwaar heeft. ‘Kan ik die 5 dagen opleiding wel gaan volgen?’ ‘Kan ik wel met mijn vrienden afspreken om te mountainbiken of wandelen?’ En ook al zegt ze honderd keer: ‘ik gun het je, je mag het leuk hebben, ga!” Binnen in mij voelt het soms dubbel.
Ook de grens tussen liefdespartner en mantelzorger kom ik tegen. Elke dag zijn we in onze liefdesrelatie samen bezig in het hier en nu om er het beste van te maken en dat lukt ons best goed. Maar net zo goed als er voor haar geen dag voorbijgaat dat haar behandelproces ‘er niet is’, geldt dat ook voor mij. Hoe blijf ik ook nog gewoon partner van haar? Hoe is er ruimte voor fijne, mooie, dierbare, intieme momenten en kanten die zo belangrijk zijn in een partnerrelatie? Hoe breng ik in contact met haar mijn eigen emoties in, die los staan van haar behandelproces, zoals verdriet, angst, maar ook soms boosheid? Mag ik van mezelf nog boosheid ervaren, als ik me geraakt voel in ons contact? Hoe begrens ik als er in ons contact iets gebeurt wat voor mij niet klopt en me raakt?
De sleutel is, dat ze de volwassen vrouw is en blijft die ze hiervoor ook was en dat ik haar daarin blijf zien en blijf ontmoeten. Dat ik niet naar haar kijk als patiënt, maar als vrouw, mijn vrouw! Zo kan ik verantwoordelijkheid nemen voor mijn aandeel en zij voor haar aandeel in alles wat we samen meemaken en wat er tussen ons gebeurt. Ook al heeft ze het zwaar, ik mag in ons contact ook verdrietig zijn, ik mag bang zijn en ik mag ook boos op haar zijn. Ik hoef haar niet te ontzien of met fluwelen handschoenen aan te pakken. Niet voorzichtig, wèl zorgvuldig. Als het ons lukt in ons contact zorgvuldig met grenzen om te gaan, zijn we weer een stukje gegroeid.
Haar proces is weliswaar al een enorm stuk gevorderd, er is ook nog een lange pittige weg te gaan. Doordat we allebei ‘ons aandeel nemen’ en met zelfbewustzijn steeds opnieuw in het contact aanwezig zijn, kunnen we elkaar steeds opnieuw liefdevol op de grens ontmoeten. En dat is waar het leuk wordt!