23/07/2026
Mooi genuanceerd stuk over de hitte, klimaat, het weer.
Hittegolven — wat de krant niet vertelt
Ja, het is heet. Maar de sprong van "warme zomer" naar "klimaatramp" verdient een kritische blik - en een paar cijfers die zelden worden genoemd
Vermeeren Classified
Jul 22 2026
Dezelfde zomer, dezelfde koppen
Het was deze zomer weer zover. De thermometer kroop omhoog, de weerkaarten kleurden dieprood, en binnen enkele dagen lag er een rapport op tafel dat de hittegolf moest worden toegeschreven aan klimaatverandering. De boodschap is voorspelbaar: dit was vroeger onmogelijk, het wordt steeds erger, en de enige uitweg is snel stoppen met fossiele brandstof.
Toen het nog normaal was dat het in de zomer warm was, bleven de weerkaarten groen. Nu zijn ze alarmistisch rood, zodra de eerste warme dagen aanbreken.
Ik wil dat verhaal niet wegwuiven, en ik ga het ook niet ontkennen. Het is warmer geworden – dat is een meting, geen mening, en niemand die serieus genomen wil worden zou dat moeten betwisten. Maar tussen “het is warmer” en “het is een existentiële ramp die alleen radicaal beleid kan afwenden” ligt een grote grijze ruimte. En juist die ruimte wordt in de berichtgeving overgeslagen. Als ingenieur ben ik getraind om precies dáár te gaan staan: niet bij het sentiment, maar bij de cijfers eronder. Laten we die ruimte vullen – met de argumenten van beide kanten, en met de getallen erbij.
Wat de alarmisten zeggen – en waarin ze een punt hebben
Laat ik eerst eerlijk zijn over de sterkste versie van het gangbare verhaal, want dat is geen stroman.
Het onderzoekscollectief World Weather Attribution rekent binnen enkele dagen na een hittegolf uit hoeveel waarschijnlijker en heter die is geworden door de opwarming. Voor recente Europese hittegolven komen daar forse getallen uit. De hittegolf van eind juni 2026 was volgens hun analyse overdag ruwweg drie tot vier graden heter dan een vergelijkbare situatie een halve eeuw geleden zou zijn geweest, en ‘s nachts – wanneer hitte het dodelijkst is, omdat het lichaam niet kan afkoelen en herstellen – nog sterker verschoven. [1] Dat nachtelijke aspect is reëel en verdient aandacht; het is niet alleen maar retoriek.
Het IPCC formuleert het in zijn zesde rapport onomwonden: het is “virtually certain” – vrijwel zeker – dat hitte-extremen sinds de jaren vijftig frequenter en intenser zijn geworden, met de menselijke invloed als voornaamste oorzaak. [2] En de onderliggende logica is simpel en solide: verschuif je een temperatuurverdeling een stukje naar rechts, dan neemt het aantal extreme dagen in de staart onevenredig toe. Eén graad gemiddelde opwarming levert meer dan één graad extra hittegolven op.
Dat is een serieus argument, en wie het negeert is niet kritisch maar naïef. De vraag is dus niet óf de opwarming hittegolven beïnvloedt – dat doet ze – maar hoevéél, hoe uniek het werkelijk is, en of het beeld dat wij krijgen wel eerlijk wordt gepresenteerd. En daar begint het te wringen.
Hitte is niet nieuw – de korte meetlat
Het eerste probleem is ons historische geheugen. De berichtgeving suggereert vaak dat we ongekende hitte beleven. Maar de meetreeks waarmee wordt vergeleken is kort, en dat vertekent het beeld compleet.
Neem de Verenigde Staten. De Heat Wave Index van het Amerikaanse milieuagentschap EPA – een officiële, allesbehalve sceptische bron – laat zien dat de zwaarste hittegolven van de twintigste eeuw plaatsvonden in de jaren 1930, tijdens de Dust Bowl. Die piek overtreft alles wat sindsdien is gemeten. [3] Wie alleen naar de laatste decennia kijkt, mist die context volledig.
De Amerikaanse droogte - de Dust Bowl - van de jaren 1930.
En hier hoort meteen de kanttekening, want de criticus die dit cijfer aanhaalt moet het hele plaatje geven – anders is hij even selectief als de krant die hij bekritiseert. De EPA zegt er zélf bij dat de piek van de jaren dertig deels een gevolg was van uitzonderlijke droogte en slecht landbeheer in die specifieke regio, niet louter een klimaatsignaal. En het agentschap houdt daarnaast een tweede maatstaf bij – over meerdere steden en vanaf 1961 – die wél een stijgende trend in hittegolven laat zien. [3] De piek van de jaren dertig is dus een echt en ongemakkelijk feit voor het alarmistische verhaal, maar wie hem toont zonder die twee nuances, doet precies wat hij de ander verwijt.
Europa kent zijn eigen vergeten hitte. De zomer van 1976 was in Groot-Brittannië buitengewoon, met temperaturen tot bijna 36 graden en een oversterfte die naar schatting rond de twintig procent bedroeg. [4] De zomer van 1911 idem. Ga verder terug, naar de warme fasen van de middeleeuwen, en u vindt beschrijvingen van drooggevallen rivieren en verzengende zomers. Hitte hoort bij het klimaat van dit continent; ze is geen uitvinding van de eenentwintigste eeuw. Dat maakt de huidige hitte niet onschuldig, maar het plaatst haar in een langere lijn dan de berichtgeving toont.
Een tweede kwestie die zelden ter sprake komt, is waar en hoe we meten. Veel weerstations die decennialang aan de rand van een dorp stonden, zijn inmiddels ingesloten door bebouwing. Asfalt, beton, daken en airconditioners produceren en vasthouden warmte – het bekende stedelijk hitte-eiland-effect. Een station dat vroeger tussen de weilanden lag en nu tussen de flats, meet een extra opwarming die niets met CO₂ te maken heeft, maar met de stad die eromheen is gegroeid.
Wetenschappers corrigeren daarvoor – ze “homogeniseren” de reeksen – en dat is legitiem werk; ik wil het niet wegzetten als bedrog, want dat is het niet. Maar die correcties zijn niet onomstreden, en critici rond het statistische platform Climate Audit hebben er terecht op gewezen dat de aanpassingen niet altijd consistent zijn. [5] Het is een reden om records van tienden van graden met enige nuchterheid te lezen, zeker als daar verstrekkende conclusies aan worden opgehangen.
Het KNMI moest in 2026 bijvoorbeeld de eerdere homogenisering uit 2016van de hittegolven van de afgelopen eeuw terugdraaien. Hun correctie leverden veel minder hete perioden op in het verleden waardoor het leek alsof de temperatuurstijgingen van de laatste periode extreem hoog waren. De een noemde het legitiem, de ander creatief boekhouden. Na jarenlange inhoudelijke kritiek van Clintel.nl, gaf KNMI eindelijk toe dat ze iets te rigoureus ter werk waren gegaan.
Weer is geen klimaat – behalve als het uitkomt
Dan het punt dat wat mij betreft het scherpst is. Een hittegolf ontstaat door een weerpatroon: een blokkerend hogedrukgebied dat dagenlang blijft hangen, een uitgesponnen straalstroom, soms versterkt door een El Niño. Dat zijn dynamische, chaotische processen – luchtcirculatie, geen simpele thermometerstand. Iets van alle tijden.
De Amerikaanse onderzoeker Roger Pielke Jr. maakt hier een onderscheid dat de snelle attributiestudies gemakkelijk vertroebelen. “Klimaatverandering” is een statistische uitkomst over decennia – het langzaam opschuiven van gemiddelden. Een individuele hittegolf is een dynamische gebeurtenis. Zeggen dat de opwarming een concrete hittegolf “veroorzaakte” verwart die twee. [6] De achtergrondopwarming maakt een hete dag een graadje heter. Maar óf die dag überhaupt kwam, hangt af van de circulatie – en juist over die dynamische veranderingen is het IPCC zelf veel voorzichtiger dan de krantenkoppen doen vermoeden.
Daar komt de methodekritiek bij. De snelle attributiestudies zijn knap werk, maar het zijn geen klassiek gereviewde publicaties; ze verschijnen binnen dagen, ze leunen zwaar op klimaatmodellen, en ze kiezen zelf de referentieperiode waartegen ze afzetten. Dat maakt ze niet waardeloos, maar wel zeer gevoelig voor de aannames die erin gaan. Een getal als “honderd keer waarschijnlijker” klinkt als een meting, maar het is een modeluitkomst. Het verschil is niet academisch.
En daarbij, we hebben het over klimaatverandering, ofwel het klimaat verandert. Maar wat is het klimaat eigenlijk? Bestaat er zoiets als een mondiaal klimaat? Is er niet een wezenlijk verschil tussen het klimaat van de Sahara en dat van het noorden van Letland? En wat is warm? Als Nederlanders al decennialang massaal naar de Spaanse kust afreizen in de zomer, gaan ze er vanuit dat het daar zonnig is en 35-38 graden, Ze zouden zich bocht voelen als het niet zo zou zijn. En toch is die uitzonderlijke keer dat het in Nederland dergelijke temperaturen heeft, meteen code zwart.
Het cijfer dat alles in perspectief zet: kou doodt meer
En dan het argument dat in vrijwel elke hittegolf-reportage ontbreekt, terwijl het misschien wel het belangrijkste is. Wij vrezen de hitte. Maar wereldwijd sterven er veel méér mensen aan kou.
Het klimaat gaat zo zijn gang. Zo zijn er warme en koude periodes. Zo was er in de Middeleeuwen zowel een warme als een koude periode…
De grootste studie hierover, van Gasparrini en collega’s in The Lancet uit 2015, analyseerde ruim 74 miljoen sterfgevallen in dertien landen. De uitkomst: ongeveer 7,7 procent van alle sterfte was toe te schrijven aan niet-optimale temperaturen – en daarvan kwam veruit het grootste deel, zo’n 7,3 procent, door kóú, tegen slechts 0,4 procent door hitte. Kou eist grofweg zeventien keer zoveel levens als hitte. [7] Een latere studie in The Lancet Planetary Health uit 2021 bevestigde het beeld op wereldschaal: rond de vijf miljoen temperatuur-gerelateerde doden per jaar, met kou als veruit de grootste post. [8]
Dat verandert het perspectief volledig. Een iets warmere wereld is niet vanzelfsprekend een dodelijker wereld – voor het temperatuur-gerelateerde sterftecijfer zou ze zelfs milder kunnen uitpakken, omdat er meer koudedoden wegvallen dan er hittedoden bijkomen.
En ook hier ben ik eerlijk over de tegenwerping, want die is er wel degelijk. Ten eerste is “kou doodt meer” een uitspraak over níveaus, niet over de trend: het zegt op zichzelf niets over de vraag of de opwarming de balans verschuift. En die verschuift wel – diezelfde vervolgstudie laat zien dat tussen 2000 en 2019 de hittesterfte licht steeg terwijl de koudesterfte licht daalde. [8] Ten tweede komen deze cijfers vooral uit gematigde, welvarende landen; in tropische gebieden ligt de verhouding anders. Het is dus geen troefkaart die het hele debat in één klap beslecht. Maar het corrigeert wél een fundamentele scheefheid in de berichtgeving, die stelselmatig de ene helft van de rekening – de honderdduizenden die de kou eist – buiten beeld laat.
In 1977 ging men nog uit van Global Cooling…
Het echte gesprek
Waar komen we uit? Het is warmer geworden, en hitte-extremen nemen op een aantal manieren toe. Dat is waar, en ik zeg het zonder voorbehoud. Maar het is niet het hele verhaal. De hitte van vandaag staat in een langere historische lijn dan de korte meetreeks suggereert; een deel van de gemeten opwarming zit in de stad zelf; individuele hittegolven zijn dynamische gebeurtenissen die zich lastig aan één oorzaak laten toeschrijven; en wereldwijd blijft kou een veel grotere killer dan hitte.
De taal van “virtueel onmogelijk zonder klimaatverandering” en “existentiële dreiging” is, als u die cijfers en die context meeweegt, sterker aangezet dan het bewijs draagt. Dat is geen ontkenning van klimaatverandering, en zeker niet omdat klimaat per definitie verandert, altijd en overal. Het is wel een pleidooi voor proportie – en voor adaptatie, want airconditioning, waarschuwingssystemen en betere zorg hebben in stilte al ontelbare levens gered, meer dan welk emissieplan ook. Het is bovenal een pleidooi om álle cijfers te laten zien, ook die welke minder goed in het frame passen.
Een warme zomer is een warme zomer. Of hij een voorbode is van de ondergang, is een totaal andere vraag – en het antwoord daarop hangt af van veel meer dan de thermometer alleen.
Het is niet de hitte die ons het meeste aangaat, maar de context eromheen.
In deel 3 van deze zomerserie (gratis): “Bosbranden – brandt de wereld echt af?” Over de wereldwijde trend die bijna niemand kent, de rol van beheer versus klimaat, en de nuchtere waarheid achter de brandstichtingsfilmpjes.
Coen Vermeeren is luchtvaart- en ruimtevaartingenieur (TU Delft) en auteur van het boek Het Levensgas – CO₂, de sleutel tot bloei en vrijheid (Obelisk Boeken, 2025). https://obeliskboeken.nl/boek/het-levensgas
Bronnen bij deze post
[1] World Weather Attribution – rapide attributie-analyses van Europese hittegolven, https://www.worldweatherattribution.org/
[2] IPCC, Sixth Assessment Report (AR6), Working Group I – Summary for Policymakers, punt A.3.1 (”virtually certain … since the 1950s”), https://www.ipcc.ch/report/ar6/wg1/
[3] US EPA, “Climate Change Indicators: Heat Waves” (Heat Wave Index; piek jaren 1930 en meerstedelijke index vanaf 1961), https://www.epa.gov/climate-indicators/climate-change-indicators-heat-waves
[4] Met Office / historische analyses van de hittegolf en droogte van 1976 (VK, ~35,9 °C; oversterfte ~20%), https://www.metoffice.gov.uk/
[5] Climate Audit – kritische analyses van temperatuurhomogenisatie en stationaanpassingen, https://climateaudit.org/
[6] Roger Pielke Jr., “The Honest Broker” (onderscheid dynamische versus thermodynamische oorzaken van weersextremen), https://rogerpielkejr.substack.com/
[7] Gasparrini, A. et al., “Mortality risk attributable to high and low ambient temperature: a multicountry observational study”, The Lancet (2015), https://www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS0140-6736(14)62114-0/fulltext
[8] Zhao, Q. et al., “Global, regional, and national burden of mortality associated with non-optimal ambient temperatures from 2000 to 2019”, The Lancet Planetary Health (2021), https://www.thelancet.com/journals/lanplh/article/PIIS2542-5196(21)00081-4/fulltext
© 2026 Vermeeren Classified
548 Market Street PMB 72296, San Francisco, CA 94104
https://open.substack.com/pub/vermeerenclassified/p/hittegolven-wat-de-krant-niet-vertelt?utm_source=share&utm_medium=android&r=14j26z