Broeder Sjuul

Broeder Sjuul Broeder Sjuul is een pagina waarmee ik een inkijkje geef in mijn werk als zorgverlener en als mens

This Is my Life, een blog over het leven van vandaag... het leven van mij als blogger maar ook het leven van iemand die zomaar over straat wandelt...

Juni. De maand waarin regenbogen ineens overal opduiken. Op sociale media, in winkels, op posters en ook binnen de zorg....
04/06/2026

Juni. De maand waarin regenbogen ineens overal opduiken. Op sociale media, in winkels, op posters en ook binnen de zorg. En eerlijk? Ik schrijf hier niet over omdat ik mezelf nog heel sterk verbonden voel met de LHBTI-community. Dat stadium ben ik ergens onderweg een beetje voorbijgegaan. Het is voor mij niet meer iets wat dagelijks op de voorgrond staat. Maar juist doordat het voor mij “gewoon” is geworden, ben ik gaan zien hoe bijzonder dat eigenlijk is.

Want in de zorg zie je mensen op momenten waarop maskers wegvallen. Wanneer iemand ziek is, afhankelijk wordt van anderen of afscheid moet nemen van het leven, blijft er vaak maar één ding over: de mens zelf. Geen functie, geen status, geen perfecte buitenkant. Gewoon iemand die gezien wil worden zoals hij of zij echt is.

En toch merk je dat niet iedereen dat vanzelfsprekend vindt. Ik heb ouderen meegemaakt die pas op hoge leeftijd durfden te vertellen dat hun “huisgenoot” eigenlijk hun partner van vijftig jaar was. Mensen die eerst aftasten hoe een zorgverlener reageert voordat ze iets persoonlijks delen. Alsof er nog altijd een soort risicoanalyse gemaakt moet worden voordat iemand zichzelf mag zijn. Dat vind ik confronterend.

Want als verpleegkundige of verzorgende heb je ontzettend veel invloed op hoe veilig iemand zich voelt. Soms zit dat niet eens in grote gesprekken of uitgesproken steunbetuigingen. Het zit juist in kleine dingen. Niet raar opkijken wanneer iemand over een partner van hetzelfde geslacht praat. Niet direct aannemen dat iemand een man of vrouw thuis heeft wachten. Niet ongemakkelijk worden van een andere genderidentiteit. Gewoon normaal doen eigenlijk.

En voor iedereen die nu denkt: “moeten we hier nou echt aandacht aan besteden?” Dat mag. Echt waar. Je hoeft dit stukje niet eens uit te lezen als je er niks mee hebt. Maar ik denk wel dat het goed is om af en toe stil te staan bij het feit dat “jezelf kunnen zijn” niet voor iedereen altijd vanzelfsprekend is geweest. Zeker niet voor de generatie ouderen waar wij nu voor zorgen.

Wat ik misschien nog wel het mooiste vind aan de zorg, is dat je op een gegeven moment dwars door alles heen kijkt. Door meningen, achtergronden, overtuigingen en etiketten. Aan het bed verdwijnen die verschillen vaak verrassend snel. Dan blijft er uiteindelijk maar één belangrijke vraag over: voelt iemand zich veilig bij jou?

Zo… en dit was mijn vakantie.En eerlijk? Het was heerlijk stil hier. Geen meldingen, geen haast, geen “ik moet nog even ...
02/06/2026

Zo… en dit was mijn vakantie.

En eerlijk? Het was heerlijk stil hier. Geen meldingen, geen haast, geen “ik moet nog even snel iets posten”. Gewoon even bestaan zonder telefoon die iedere vijf minuten piept alsof ik zelf een infuuspomp ben. Ik heb uitgeslapen, gelachen, gegeten op rare tijden en vooral geprobeerd mijn hoofd weer een beetje leeg te maken. Dat lukt nooit helemaal hoor, zorgmensen blijven een beetje wandelende tabbladen in hun hoofd, maar het scheelde een hoop.

Ondertussen hebben ze op mijn werk ook niet stilgezeten geloof ik. Ik opende vanmorgen mijn mailbox en het leek alsof iemand er met een schepwagen vijftig mails in had gekieperd. Overleggen, vragen, roosters, dingen die “heel even tussendoor” moesten. Dus ik heb eerst braaf achter mijn laptop gezeten om alles weg te werken voor ik morgen weer fris en fruitig mag beginnen. Nou ja… fris-ish. Fruitig met lichte tegenzin richting de wekker.

Dus voor iedereen die dacht: “Waar is die broeder gebleven?”
Ik leef nog. Ik was gewoon even op adem aan het komen. Even geen steunkousen, geen piepende pompen, geen overdrachten en geen koffie die koud wordt omdat er tussendoor drie keer een telefoon gaat.

Maar morgen trek ik dat uniform weer aan.
En eerlijk? Ik heb er ook wel weer zin in.

(Een kleine greep uit mijn vakantie!)

‘Voor altijd jouw hand in de mijne.’Dat waren de woorden waarmee ik afsloot. Woorden die ineens veel meer betekenis kreg...
31/05/2026

‘Voor altijd jouw hand in de mijne.’
Dat waren de woorden waarmee ik afsloot. Woorden die ineens veel meer betekenis kregen toen ik contact opnam met Captured Memories by Manda. Want hoe leg je iemand vast die je zo mist? Hoe houd je iets vast dat je ooit los moest laten?

Mijn vraag was misschien simpel, maar tegelijk allesomvattend: ik wilde een urn van zijn hand. Zijn hand, precies zoals ik die kende. De hand die de mijne vasthield wanneer het leven te zwaar werd. De hand die ik in september noodgedwongen los moest laten.

Manda ging ermee aan de slag. Met zoveel rust, geduld en gevoel dat ik eigenlijk meteen wist: dit komt goed. En vandaag stond ze voor mijn deur, op de laatste dag van mijn vakantie, met het eerste model.

En daar was hij dan, zijn hand. Tastbaar en herkenbaar. Alsof de tijd heel even stil bleef staan. Alsof ik voor een paar seconden terug mocht naar hoe het was.

We zijn er nog niet, het proces loopt nog verder. Maar wat Manda vandaag bracht was meer dan een model. Het was herinnering die ineens weer vast te houden was. Liefde in een vorm die woorden eigenlijk niet kunnen uitleggen.

Sommige mensen maken iets moois.
Manda maakt iets onbetaalbaars voor mij!

Soms vraag ik het gewoon direct. “En… met wie praat jij eigenlijk als je thuiskomt?” Dan kijken collega’s me een beetje ...
12/05/2026

Soms vraag ik het gewoon direct. “En… met wie praat jij eigenlijk als je thuiskomt?” Dan kijken collega’s me een beetje vreemd aan. Alsof ik vraag of ze nog postzegels sparen. Maar ik meen het serieus. Want wat als je geen vangnet hebt? Wat als je na een reanimatie thuiskomt in een stil huis waar niemand begrijpt waarom je ineens naar adem zit te happen zodra je je schoenen uitschopt? Ik weet nog dat ik ooit met een hele jonge collega midden in een reanimatiesetting stond. Alles tegelijk, piepers, rennen, handschoenen die niet meewerken. En daarna die stilte, die akelige stilte waarin zelfs het geluid van een monitor nog na dreunt in je hoofd. Zoiets gaat je niet in de koude kleren zitten.

Ik had geluk, mijn moeder werkt ook in de zorg. Ik hoefde thuis geen namen te noemen of situaties uit te leggen. Alleen maar: “Mam… het was heftig vandaag.” En zij snapte genoeg. Dat vangnet heeft me vaker overeind gehouden dan ik soms wil toegeven. Want inmiddels weet ik dat lang niet iedereen dat heeft. Sommige collega’s komen thuis bij niemand. Geen partner. Geen ouder die begrijpt waarom je ineens stil wordt van een ambulance sirene. Geen iemand die snapt waarom je na een dienst alleen maar voor je uit zit te staren met koude koffie in je hand. En eerlijk? Dat idee vind ik soms nog heftiger dan de gebeurtenis zelf.

Dus tegenwoordig let ik erop. Misschien irritant veel zelfs. Ik ben die collega die er een week later nóg over begint. “Hoe gaat het nou echt?” Ook als iemand duidelijk probeert te doen alsof alles prima gaat. Ik kijk naar kleine dingen, of iemand stiller wordt, minder grapjes maakt of ineens alleen pauze houdt in de auto. Want mensen zeggen vaak niet dat het slecht gaat. Dat zie je, net als bij patiënten trouwens. Alleen vergeten we in de zorg soms dat collega’s ook signalen afgeven. We zijn fantastisch in wondzorg, medicatie en observaties bij cliënten, maar bij elkaar missen we soms de helft.

En dat vind ik misschien nog wel het pijnlijkste van ons vak. We zorgen dag en nacht voor anderen, maar vergeten soms degene naast ons in hetzelfde uniform. Terwijl juist die collega misschien geen vangnet heeft zodra de voordeur thuis dichtvalt. Dus blijf ik vragen. Blijf ik opletten. Blijf ik soms nét iets te lang hangen bij de koffieautomaat. Want misschien red je daar niets mee. Maar misschien ook wel. Soms begint goede zorg namelijk niet bij een patiënt, maar gewoon bij een collega met de vraag: “Hoe gaat het nou eigenlijk met je?”

Met sommige naasten voer ik andere gesprekken. Niet omdat het in een zorgplan staat, niet omdat een psycholoog het advis...
10/05/2026

Met sommige naasten voer ik andere gesprekken. Niet omdat het in een zorgplan staat, niet omdat een psycholoog het adviseert, maar gewoon… omdat ik soms voel dat iemand anders verzuipt in precies hetzelfde water als waar ik zelf ooit kopje onder in ging.

Ik fiets van A naar B voor een overleg, witte jas thuisgelaten, gewone kleding aan. Even geen broeder, geen pieper, geen rapportages. Alleen ik en Marc die over de stoeptegels ratelt. Op de terugweg neem ik expres een andere afslag. Verandering van spijs doet eten, zeggen ze dan. Maar eigenlijk wist ik dondersgoed waarom ik daar langs reed. Sommige huizen blijven aan je trekken. Alsof verdriet daar nog tussen de gordijnen hangt.

Voor dat ene huis staat zij bij de brievenbus. Klein geworden sinds haar man doodging. Alsof iemand de helft van haar uit het lichaam heeft getrokken en de rest vergeten is terug te leggen. Ik stap af. Vraag hoe het gaat. Ze kijkt me eerst niet-herkennend aan, tot ineens die blik komt van: “O ja… jij.”
“Ach jongen,” zegt ze zacht, “het valt me nog zwaar.”
En ik zie het meteen. Die doffe ogen van mensen die niet alleen iemand missen, maar zichzelf erbij verloren zijn. We praten wat over vroeger. Over hem. Over koffie drinken in de tuin. Over ruzie maken om de tv-afstandsbediening. Over kleine dingen die achteraf ineens heilig blijken. En dan zegt ze ineens:
“Ik had zo graag willen ruilen.”
Die zin sloeg dwars door mijn ribben heen. Want het waren exact dezelfde woorden die ik ooit fluisterde aan het bed van Sander. Alsof verdriet wereldwijd dezelfde taal spreekt.

Over dat schuldgevoel praten we bijna nooit hè? Waarom hij wel… en ik niet. Waarom zij in die kist liggen en wij nog steeds boodschappen doen, belasting betalen en lachen om domme filmpjes op internet. Begrijp me niet verkeerd, ik bén gelukkig geweest. Nog steeds. Maar als iemand mij toen een knop had gegeven, “druk hier en ruil van plek”, had ik zonder nadenken gedrukt. Met liefde zelfs. Alleen dat soort gedachten mag je niet hardop zeggen. Want voor je het weet staat er ergens een crisisteam met een formulier en een oordeel. Dus mensen zwijgen. Terwijl half Nederland ’s nachts wakker ligt met precies dezelfde donkere gedachten.

We gingen samen op een bankje zitten in de zon. Mijn telefoon trilde in mijn zak, vast werk, vast gezeik, vast iemand die iets moest. “Nu even niet,” mompelde ik. Want sommige gesprekken zijn belangrijker dan protocollen.
Ze vertelde verder. Over hun eerste vakantie. Zijn scheve glimlach. Hoe stil het huis nu klinkt. En toen zei ze heel zacht:
“Soms hoop ik ’s avonds dat ze me komen halen.”

Ik zei niks. Want soms is stilte het enige eerlijke antwoord dat je iemand geven kan. Er zijn dagen dat ik hetzelfde wens. Dagen waarop het leven voelt als ploeteren door nat cement. Maar ik weet ook: ik draag geen blauwe jurk, ik heet geen Jomanda en ik heb geen glazen bol. We weten simpelweg niet hoe het verhaal eindigt. Wat ik wél weet? Dat een mens ongelofelijk veel verdriet kan dragen en tóch de volgende ochtend weer opstaat om de brievenbus open te maken.
Ook dit maakt mijn werk zo ontzettend bijzonder!

De zorg is soms net cabaret. Alleen dan met steunkousen en paracetamol.Vandaag had ik een cliënt met kniepijn. Zo’n heer...
08/05/2026

De zorg is soms net cabaret. Alleen dan met steunkousen en paracetamol.
Vandaag had ik een cliënt met kniepijn. Zo’n heerlijk mens waarbij je eigenlijk al weet: dit wordt geen normaal gesprek. Ik vraag, heel professioneel natuurlijk:
“Heeft u al paracetamol ingenomen?”
Ze kijkt me aan alsof ik gevraagd heb of ze onderste boven aan de lamp wil gaan hangen.

“Nee jongen, ik heb alleen die van het Kruidvat. Maar die vallen niet lekker uit elkaar. Dat duurt zó verschrikkelijk lang en dan kan ik ze niet doorslikken.”
Ik probeer serieus te blijven, echt! Maar mijn hoofd begint dan al te draaien van binnen. Dus ik zeg: “Waarom zet u de nieuwe dan niet alvast in een glaasje water terwijl u de oude inneemt? Dan hebben ze 4 uur de tijd om uit elkaar te vallen.”
Ineens was ze doodstil, ze kijkt me bloedserieus aan. “Kan dat dan?”
Dus plichtsgetrouw zeg ik: “Ja… waarom niet?” En toen kwam-ie.
“NOU… omdat ik vroeger geleerd heb dat je sinaasappelsap ook niet mag laten staan. Dan verdwijnt de vitamine C. Dus ik ging er vanuit dat het bij paracetamol ook zo werkt.”

Jongens… ik verzin dit niet hè. Ik wou dat ik dit soort dingen kon bedenken, maar dit krijg je gewoon gratis bij de wijkverpleging. Ik stond daar met mijn medicatiebakje in mijn hand, en ik hoorde zelf mijn hersenen kraken… Ik moest even herkauwen wat ze net zei.

Uiteindelijk begin ik: “Ja kijk… dat zou best kunnen. Maar sinaasappels groeien in een warm land. Dit is gewoon een witte bittere pil uit een fabriek.”
En toen begon het lachen, we kregen beide de ongecontroleerde slappe lach waarbij je geen geluid meer maakt. Alleen nog piepjes. Zij hing half over tafel. Ik stond met mijn benen gekruist omdat ik serieus dacht dat ik in mijn onderbroek zou pi**en. En ik ben gewoon een volwassen vent hè. Nou ja… lichamelijk dan.
Vijf minuten later zaten we nog steeds te snikken van het lachen. Die knie? Daar hoorde je haar ineens niet meer over. Dus heb ik uiteindelijk braaf de paracetamol van twaalf uur alvast in een glaasje water gezet.

Heerlijk toch… die oude wijsheden van vroeger. De Enkhuizer Almanak leeft gewoon voort in sommige mensen. En eerlijk? Ik hoop dat dat nooit verdwijnt.
Want tussen alle ellende, medicatielijsten, steunkousen en piepende telefoons door, zijn dit de momenten waardoor ik thuiskom met buikpijn van het lachen.
Wat heb ik toch een heerlijk vak!

(verhaal is recent en dus geplaatst met medeweten van de desbetreffende zorgvrager.)

“Het is maar één vraag tijdens de intake… en ineens lijkt het alsof ik heb gevraagd waar de familie de erfenis verstopt ...
22/04/2026

“Het is maar één vraag tijdens de intake… en ineens lijkt het alsof ik heb gevraagd waar de familie de erfenis verstopt heeft.”

Serieus. Ik zit daar gewoon, kopje koffie, intakeformulier op schoot… en dan stel ik ’m:
“Heeft u nagedacht over reanimatiebeleid?”

En BAM.
Sfeer weg, ogen alle kanten op, partner die ineens woordvoerder wordt.
Ergens uit de paniek komt standaard: “Ja hoor, gewoon alles doen!”
Alsof het een meerkeuzevraag is. Alsof je punten krijgt voor het ‘juiste’ antwoord.
Maar eerlijk?

We hebben het hier niet over extra slagroom op je cappuccino.

We hebben het over gebroken ribben, IC-opnames en een leven dat er daarna heel anders uit kan zien, of juist niet? Misschien wil je dat er niks gebeurt en dat is oké. En dat verschil… dat zit ’m in het gesprek dat we te vaak níet voeren en dat snap ik ook wel!

Niemand zit te wachten op een gezellig praatje over doodgaan tussen de beschuit en de thuiszorgmap. Maar het alternatief? Dat is beslissen in paniek, op het slechtst denkbare moment.
En geloof me… dat wil je niet.
https://www.artsenauto.nl/reanimeren-of-niet-de-stilte-die-te-vaak-blijft-hangen/

Deze week sprak ik een geneeskundestudent. Waarom? Dat doet er niet toe. Je komt ze soms gewoon tegen, in het wild bijna...
15/04/2026

Deze week sprak ik een geneeskundestudent. Waarom? Dat doet er niet toe. Je komt ze soms gewoon tegen, in het wild bijna gewone mensen. Gewone mensen, ook zij. We raakten aan de praat en ik vertelde dat ik de laatste tijd weer zat met die vraag: wat als een cliënt onder je huid kruipt? Dat je het mee naar huis neemt. Dat je hoofd ’s avonds niet stil wordt. Ze zei: “Ja, maar wij hebben een veel hogere turnover, ik heb helemaal geen band met mijn patiënt.” Ik vroeg haar of ze in de spreekkamer zat, of bij slecht-nieuwsgesprekken. ‘Nee’ en ik moest van binnen een beetje glimlachen. Niet gemeen, meer… herkenning.

Want die witte jas, die ken ik. Die kan je afschermen. Ik heb er zat zien staan naast bedden waar werd verteld dat er niets meer te doen was. Ik heb gezinnen uit elkaar zien vallen in één gesprek. En die arts? Die loopt daarna de kamer uit, rechtop, professioneel, maar ook die heeft er later soms last van. Maar als je oplet, zie je het toch. In die kleine dingen. Een blik die wegschiet, een knikje dat net te snel komt. Ik zag het ook bij Sander, de arts buiten het gesprek en de arts ín het gesprek… dat zijn twee verschillende werelden. Ik herken het, van mijn eigen werk. De geheimtaal binnen de zorg die voornamelijk bestaat uit non-verbale communicatie. Als patiënt zie je het niet, als zorgverlener herken je het als je weet waar je op moet letten.

Misschien is dat wel waarom die vraag me nu zo bezighoudt. Omdat die afstand er niet meer is. De muur tussen mij en de cliënt is weg, gesloopt en vervangen door een flinterdunne lijn. Misschien omdat ik inmiddels weet wat er aan de andere kant zit, wat familie voelt, wat verlies doet. Dus die glimlach naar haar? Die was niet om haar. Die was omdat ik dacht: je bent er nog niet en dat is oké. Maar die patiënten onder je huid… die komen nog wel. En misschien, heel misschien, denk je dan terug aan die ene broeder die je vroeg: “Hoe ga je ermee om als ze je niet meer loslaten?”

Ik zat dus aan mijn keukentafel, laptop open, koffie koud geworden, schouders opgetrokken tot ergens halverwege mijn ore...
12/04/2026

Ik zat dus aan mijn keukentafel, laptop open, koffie koud geworden, schouders opgetrokken tot ergens halverwege mijn oren. Stageopdracht. Richtlijnen in de zorg. Klinkt heel volwassen. Heel professioneel. Heel “ik ben bijna klaar met mijn opleiding”.

In werkelijkheid zat ik al drie kwartier te googelen op: actuele richtlijn wondzorg betrouwbaar echt nieuwste versie help. En hoe langer ik zocht, hoe minder ik vond. Of nou ja, ik vond van alles, pdf’jes uit 2009, powerpoints van een congres in Assen en een richtlijn die “concept” was. Concept, alsof ik mijn cliënt ga vertellen: “We gaan het vandaag conceptueel behandelen.”

Ik werk al jaren met Vilans, lees onderzoeken van ZonMw, gooi termen als evidence based practice eruit alsof ik ermee geboren ben. Maar op zo’n avond voel ik me gewoon een verdwaalde stagiair met wifi.
En toen. Alsof iemand een TL-buis boven mijn hoofd aanknipte. Blijkt dus dat V&VN een richtlijnendatabase heeft. Gewoon, een database, met zoekfunctie, filters, alles bij elkaar.

Ik sta al jaren in de zorg. Ik ren voor alarmeringen, ik overleg met huisartsen, ik voer palliatieve gesprekken… maar dat dit bestond? Geen idee. Had me dit veel gescheeld? Ja, ontzettend veel. Ik voelde me even die cliënt die al weken moppert dat zijn afstandsbediening het niet doet, om er vervolgens achter te komen dat er gewoon geen batterijen in zitten. Ik klikte op die database en daar was het, wondzorg, palliatieve zorg, diabetes. Alles netjes gesorteerd, geen schimmige downloads, geen dertien tabbladen open. Gewoon overzicht, rust.

Ik moest er bijna om lachen. Hardop, alleen aan die tafel achter die laptop. Daar zat ik dan. De broeder die altijd roept dat je moet samenwerken, moet afstemmen, moet gebruikmaken van bestaande kennis. En zelf drie avonden lopen ploeteren alsof ik in 1998 met een inbelverbinding zat.

En het mooiste V&VN heeft meer van die handigheidjes? Studenten kunnen gewoon gratis lid worden, gratis. Via dit linkje ben je binnen een paar minuten gratis lid: https://www.venvn.nl/v-vn-studenten

Ik betaal zonder nadenken voor koffie to go, voor een extra notitieboek dat ik toch niet gebruik, maar dit had ik dus al die tijd gewoon kunnen hebben. Ik zie mezelf al bij mijn stagebegeleider zitten. Serieus gezicht. “Voor deze opdracht heb ik gebruikgemaakt van de richtlijnendatabase van V&VN.” Terwijl ik diep van binnen denk: ja hallo, dat had ik vorige week ook al kunnen doen als ik niet zo eigenwijs was geweest.

Het is ook typisch iets voor mij. Eerst zelf het wiel uitvinden. Dan drie keer vloeken, dan pas ontdekken dat er al een compleet wagenpark klaarstaat.
Maar goed. Les geleerd.

Het rouwen gaat me steeds beter af.Dat is een zin waarvan ik een paar maanden geleden dacht: die ga ik nooit hardop durv...
09/04/2026

Het rouwen gaat me steeds beter af.
Dat is een zin waarvan ik een paar maanden geleden dacht: die ga ik nooit hardop durven zeggen. Alsof je iemand tekortdoet als je toegeeft dat het… iets minder zwaar wordt.

Maar het is wel zo! Ik kan weer wassen zonder dat mijn hoofd alle kanten op schiet. Ik krijg weer grip. De spooksels in mijn hoofd worden zachter, minder luid, minder aanwezig.

En geloof me, dat is niet vanzelf gegaan. Zonder therapie had ik hier echt nog niet gestaan. Het heeft me alles gekost wat ik had om weer een beetje overeind te krabbelen. Maar ergens, heel voorzichtig, ontstaat er weer iets wat lijkt op vertrouwen. Vertrouwen dat ik hier doorheen kom.

Ik ben er nog niet, verre van zelfs. Ik weet dat ik nog honderd keer een stap terug ga doen. Dat er dagen gaan zijn waarop alles weer instort alsof iemand de stekker eruit trekt. Maar er zijn nu ook dagen waarop ik ademhaal en denk: hé… ik ben er.

Werk draait weer, thuis draait weer. Niet perfect, maar het draait. En langzaam durf ik weer vooruit te kijken. De opleiding weer oppakken. Heel rustig, geen sprint, maar stap voor stap. En als het moet, kruipend naar de eindstreep.

Een paar dagen geleden was er een mijlpaal.
Zes maanden zonder Sander.

En ergens besefte ik me… als we met ruzie uit elkaar waren gegaan, had ik deze dag waarschijnlijk genegeerd. Pizza besteld, Netflix aan, klaar. Maar dit is een soort amputatie met een botte bijl.

Dus ik blaas beneden zijn kaarsje uit en zeg, zoals altijd:
“ik ga naar bed, ga je mee?”

Boven zie ik zijn pantoffels staan. Zijn boek ligt er nog. En die koala… met zijn shirt aan. Ik loop ernaartoe, druk hem tegen me aan en ruik hem even. Voor ik het weet lig ik op bed, pratend tegen een knuffel alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Tranen, snot, alles erop en eraan.

Dus ik denk: kom op, even normaal doen.
Ik loop naar de badkamer. Spoel mijn gezicht af, en poets mijn bakkes. Haal diep adem en loop in gedachten terug naar mijn slaapkamer...

…en daar zit dus iemand op bed.

Mijn hart stopte. Echt. Vier seconden lang dacht ik: dit is het, dit is hoe ik eindig. In pyjama, vermoord door een inbreker.

Totdat mijn brein, eindelijk, heel rustig zegt:
“…het is Sander zijn koala.”

Rouwen is echt een achtbaan.
Maar blijkbaar ook een horrorfilm. Met pluche figuranten.

Toch heb ik daarna wel heel hard gelachen!

Adres

Ameide

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Broeder Sjuul nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Delen