Broeder Sjuul

Broeder Sjuul Broeder Sjuul is een pagina waarmee ik een inkijkje geef in mijn werk als zorgverlener en als mens

This Is my Life, een blog over het leven van vandaag... het leven van mij als blogger maar ook het leven van iemand die zomaar over straat wandelt...

Ik moet altijd een beetje aftasten wat ik wel en niet kan schrijven. Dat schijnt verstandig te zijn wanneer je voor stee...
28/07/2026

Ik moet altijd een beetje aftasten wat ik wel en niet kan schrijven. Dat schijnt verstandig te zijn wanneer je voor steeds meer mensen schrijft. Maar stel je eens voor: je gaat naar het ziekenhuis voor een operatie, krijgt op de OK een charmant mutsje op, telt braaf achteruit vanaf tien en verwacht een paar uur later wakker te worden met een pleister en een beschuitje. In plaats daarvan open je je ogen in het kampeerassortiment van het plaatselijke ziekenhuis. Gefeliciteerd! Uw operatie is geslaagd, maar u ligt inmiddels wel in een tentbed met sensoren, op een kamer alleen en volslagen koekoek volgens de familie.

Bij een delier lopen de gewone wereld en je eigen droomwereld gezellig dwars door elkaar heen. In je infuuszak zwemt een vis, de verpleegkundige blijkt onderdeel van een internationaal complot en die buis uit je geslachtsdeel zat er vijf minuten geleden écht nog niet. Bovendien komt daar paarse meuk uit en niemand lijkt daarvan onder de indruk. Sterker nog: er staat iemand naast je bed heel kalm te zeggen dat je vooral rustig moet blijven. Rustig? Er zwemt een goudvis in mijn antibiotica, zuster!

Ja, ik doe er nu heel luchtig over, maar een delier kan behoorlijk heftig zijn. Heb je weleens een vijftiger een gordijnrail uit het plafond zien trekken en vervolgens vijf beveiligers kennis laten maken met de vloer? Ikke wel. En één ding weet ik zeker: dat lossen we niet op met een halve haloperidol en een vriendelijk gesprek over de datum van vandaag. De dood of de gladiolen, maar mij niet gezien. Ik sta wel veilig op de gang de situatie klinisch te overzien. Ver achter de beveiliging.

Na afloop weten patiënten soms nog flarden. De vis, het complot, de paarse meuk en misschien ook dat ze geprobeerd hebben het halve ziekenhuisinterieur mee naar huis te nemen. Vaak schamen ze zich daar verschrikkelijk voor. Familie maakt er vervolgens graag nog jarenlang een gezellig verjaardagsonderwerp van: ‘Weet je nog dat papa dacht dat jij van de Russische geheime dienst was?’ Iedereen lachen. Behalve papa.

Dus lach gerust om de bizarre situaties die een delier kan opleveren, humor helpt ons in de zorg tenslotte ook overeind, maar lach nooit de patiënt uit. Die koos niet voor een weekendje kamperen in een tentbed en al helemaal niet voor die goudvis in zijn infuus. Voor hem was het echt. En wakker worden uit zo’n werkelijkheid is al verwarrend genoeg, zonder dat je er de rest van je leven tijdens ieder kerstdiner aan wordt herinnerd.

Natuurlijk geniet ik van het schrijven. Maar onder bijna ieder verhaal staat ook wel iemand die roept: 'Iedereen verdien...
26/07/2026

Natuurlijk geniet ik van het schrijven. Maar onder bijna ieder verhaal staat ook wel iemand die roept: 'Iedereen verdient een Broeder Sjuul!'

Nou... laten we daar eens heel snel een emmer koud water overheen gooien.

Want geloof me: voor een behoorlijk aantal cliënten ben ik helemaal geen Broeder Sjuul. Dan ben ik gewoon die irritante zorgverlener die de sfeer komt verpesten.

"Ja, maar de andere zuster doet dat altijd."
"Normaal hoef ik dit nooit zelf."
"Ik ben 87, dus ik heb daar toch recht op?"

En dan gebeurt er iets bijzonders. Dan verdwijnt de vrolijke schrijver, de man van de mooie verhalen en de humor. Dan landt, met een gestrekte bezemsteel en een gezicht waar zelfs de heksen van Oz een stapje voor achteruit doen, de *Wicked Bitch of the West* in de badkamer.

Twee weken geleden stond ik iemand te do**hen.

"Heb je mijn indicatie eigenlijk wel gelezen?"
"Jazeker."
"Nou dan weet je toch dat jij mijn BH dicht moet maken."

Nee. Ik weet dat u 87 bent. Ik weet welke aandoeningen u heeft en juist daarom laat ik u het eerst zelf proberen. Ik neem niet zomaar iets over.

Want leeftijd is geen indicatie.
Als u zes dagen per week uw eigen BH dicht krijgt, waarom zou dag zeven ineens een nationale feestdag zijn waarop de verpleegkundige het maar moet doen?

Gemopper? Absoluut.
Gezucht? Zeker.
Een blik alsof ik persoonlijk de pensioenleeftijd heb verhoogd? Die krijg ik er gratis bij.

En weet je wat het irritante is?
Die BH gaat uiteindelijk gewoon dicht.
Met veel gevloek, gemopper en dramatiek alsof we samen de Mount Everest beklimmen, maar hij gaat dicht.

Ik weet dat niet iedere collega daar hetzelfde in staat. En eerlijk? Dat hoeft ook niet. Iedereen verleent zorg op zijn eigen manier.

Maar ik geloof niet dat helpen hetzelfde is als alles overnemen.
Ik geloof dat de grootste vorm van respect soms juist is dat je iemand laat doen wat hij of zij nog wél kan. Ook als dat vijf minuten langer duurt. Ook als ik daardoor voor de derde keer hoor dat "de andere zuster veel liever is."

Dat is prima. Want de verhalen die jullie lezen zijn echt. Die cliënten bestaan. Die bijzondere momenten raken me nog steeds.

Maar er is ook een andere kant.
Voor sommige mensen ben ik gewoon die stugge, eigenwijze zorgverlener die geen medelijden heeft met een prima werkende arm.

En weet je?

Daar slaap ik verrassend goed op.
Want goede zorg is niet altijd de zorg waar iemand blij van wordt.
Soms is goede zorg juist de zorg waar iemand zich even gruwelijk aan ergert.

Ooit las ik deze qoute bij de NAH revalidatie: 'oplossen is niet altijd de beste oplossing'

doe er je voordeel mee, tenzij het acuut gevaar voor de cliënt en/of diens omgeving oplevert! Los het dan vooral op!

Wat ik allang wist, zagen mijn collega’s de afgelopen weken ook. Zijn verjaardag komt eraan. En blijkbaar gaat dat in mi...
24/07/2026

Wat ik allang wist, zagen mijn collega’s de afgelopen weken ook. Zijn verjaardag komt eraan. En blijkbaar gaat dat in mijn hoofd gepaard met de nodige donkere dagen. Mijn hoofd doet dat. Dat is best en dat mag. Want hoe vervelend het soms ook voelt: het hoort gewoon bij rouw.

Het is vandaag negen maanden en negenentwintig dagen geleden, niet dat ik het bijhoud hoor, dat ik de laatste harttonen hoorde van het hart dat ik zo verschrikkelijk liefhad. In die maanden heb ik donkere plekken gezien waarvan ik soms dacht dat ik er nooit meer uit zou komen. Maar zoals zoveel in het leven, gingen ook die momenten weer voorbij. Wat bleef? De liefde. De gesprekken tegen hem. Ik zal nooit meer die trots in zijn stem horen als hij zei: ‘Ik heb vandaag zóveel brillen verkocht!’ Of: ‘Er was toch zo’n bijzondere klant in de winkel!’ Maar ik vertel hem nog iedere dag hoe mijn dag was. Er brandt, ook na negen maanden, nog steeds een kaarsje bij zijn foto. Mijn Viva la vriendje.

De afgelopen weken heb ik weer zo’n donkere plek in mijn hoofd te pakken. De kunst is dan vooral om ervoor te zorgen dat de mensen voor wie ik zorg daar niets van zien. De Happy Nurse aan, schouders recht en gaan. Maar toen ik twee weken geleden de sedatie startte bij een man, deed dat meer met me dan ik eigenlijk toe wil geven. Die avond reed ik moe en wat down naar huis. Ik stapte uit en stond met mijn buurvrouw te praten toen er ineens een gehakkelde aurelia op mijn borst landde. Mijn buurvrouw zag hem al, ik niet. Dus ik schrok me werkelijk de pleuris, dacht dat er een spin of ander monster op me zat en sprong ongeveer een halve meter achteruit. Tot ik hem zag fladderen. Het enige wat ik nog kon mompelen was: ‘F**ker, je liet me schrikken.’
Diezelfde week hadden we een team-BBQ. Ik ben er met lood in mijn schoenen naartoe gereden. Het kost me op dit moment verschrikkelijk veel energie om een hele avond blij te doen. Het lukt me aardig hoor. Daar ben ik inmiddels behoorlijk goed in. Normaal zou ik intens kunnen genieten van zo’n avond met het team, maar met die donkerte in mijn hoofd is genieten soms gewoon hard werken. En toch… daar fladderde een vlinder. Dicht langs me heen. Hij ging zitten op een bosje bloemen, vloog weer op en kwam weer langs. Gek hè? Die ene vlinder maakte mijn avond. De dag erna zat ik buiten te lunchen met een paar collega’s. En daar kwam er weer één, dit keer viel het mijn collega’s ook op.

Zondag had ik het even niet meer. Ik reed naar het strandje waar we hem straks uit gaan strooien en ging zitten, gewoon zitten. Nog geen veertig seconden later landde er een vlinder op mijn schouder. En toen kon ik eigenlijk maar één ding: huilen. Even niet de broeder, niet de collega, niet degene die alles wel weer oplost. Gewoon ik, met een vlinder op mijn schouder en een gemis dat soms nog net zo groot voelt als negen maanden en negenentwintig dagen geleden.

Misschien is het gewoon zo’n referentiedingetje. Je koopt een nieuwe auto en ineens rijdt heel Nederland in precies diezelfde auto, terwijl je hem daarvoor nooit zag. Misschien zie ik nu gewoon iedere gehakkelde aurelia omdat ik wíl dat ik hem zie. Maar weet je? Dat geeft helemaal niets. Want in mijn hoofd is het mijn Viva la vriendje. Die soms even langs fladdert om te laten zien dat hij er nog is. Of misschien wil ik dat gewoon heel graag geloven. Wie zal het zeggen?

Het biedt me in ieder geval behoorlijk wat troost.

Fijne verjaardag, muppet!

Bij Arts en Auto over het schuldgevoel wat zorgverleners wel een kunnen hebben!
23/07/2026

Bij Arts en Auto over het schuldgevoel wat zorgverleners wel een kunnen hebben!

Ik kom bij mevrouw binnen en nog voordat ik mijn jas uit heb, begint ze over haar overleden man. Niet verdrietig. Niet m...
21/07/2026

Ik kom bij mevrouw binnen en nog voordat ik mijn jas uit heb, begint ze over haar overleden man. Niet verdrietig. Niet met een trillende onderlip. Nee, met de energie van iemand die al drie grappen heeft voorbereid en nu eindelijk publiek heeft.

‘Weet je, broeder,’ zegt ze bloedserieus, ‘liefde stopt niet als iemand overlijdt.’

Ik knik. Zorgstand aan. Begripvolle blik. Hoofd een klein beetje schuin. Dit is zo’n moment waarop ik waarschijnlijk iets moet zeggen als: nee, liefde blijft altijd bestaan. Misschien een hand op haar schouder. Desnoods een stilte laten vallen. Ik ben zorgverlener, ik kan dit.

‘Alleen het gezeur over wie de vaatwasser uitruimt stopt wel.’

Mijn professionele houding overlijdt ter plekke.
Ik probeer nog een kuchje. Zo’n kuchje waarmee je een lach terug je longen in probeert te zu**en. Kansloos, mevrouw kijkt me aan en zegt: ‘Je mag lachen hoor. Hij doet er toch niks meer aan.’

‘Ik mis hem iedere dag,’ vervolgt ze. ‘Maar ik moet eerlijk zeggen: het is wel heerlijk rustig in huis. Ik kan de thermostaat eindelijk zetten op hoeveel ik wil. Vroeger draaide hij hem altijd lager. Nu heb ik hem op 23.’

Ze kijkt even richting de foto van haar man op de kast.
‘Wat wil je eraan doen, Henk?’

Ik sta inmiddels met mijn rug naar haar toe zogenaamd héél geconcentreerd mijn spullen klaar te leggen. Niet omdat dat nodig is, maar omdat ik voel dat mijn gezicht inmiddels de professionaliteit van een lachende zeehond heeft.

‘En slapen!’ roept ze. ‘Heel het bed voor mezelf. Veertig jaar lang lag ik op twintig centimeter matras omdat meneer breed moest liggen. Nu lig ik diagonaal, uit principe.’

‘U mist hem wel?’ vraag ik uiteindelijk.
Ze kijkt me aan. Even is ze stil.
‘Iedere seconde.’

Mevrouw zwaaide me uit met de mededeling dat ik vooral voorzichtig moest rijden.

‘Doodgaan is zo gebeurd, broeder. En geloof mij: daarna ruimt écht niemand meer die vaatwasser uit.’
Soms kom ik in de wijk om zorg te verlenen.
En soms word ik gewoon volledig afgemaakt door een weduwe met een vaatwasser, een thermostaat op 23 en absoluut nul angst voor de dood.

19/07/2026

Zo, even een blij stukje. Want jullie hebben inmiddels wel weer genoeg tranentrekkers over mijn vak gelezen. Nog even en jullie openen een stukje van mij standaard met een doos tissues en een kalmeringstablet binnen handbereik. Vandaag gaan we elf jaar terug in de tijd, naar Cor. Cor was een goede meter zestig en de dementie had inmiddels flink haar tol geëist. Ik was in dit verhaal zestien en werkte als zorgassistent. Eén van mijn geweldige taken was koken. Ja. Koken. Moet je nét een zestienjarige jongen hebben die alleen pasta kan maken en in staat is een ei te cremeren. Er stond stamppot op het menu. Dankjewel hè, Jacq. Ik begon vol goede moed aardappelen te schillen, al leek het meer op beeldhouwen. Michelangelo had David, ik had een zak piepers. Na iedere haal bleef er ongeveer een dobbelsteen over. Dun schillen was toen mijn vak niet en nu nog steeds niet. Ik liet Sander altijd de piepers jassen, anders hadden wij voor vier personen zeven kilo aardappelen nodig.

Cor zat mij vanuit de huiskamer nauwlettend in de gaten te houden. Ik schilde. Cor keek. Ik verminkte nog een aardappel. Cor keek. Ik pakte de volgende en blijkbaar was toen ook voor iemand met dementie de grens bereikt. Ze stond op, liep naar de keuken, trok een schort aan en zei: ‘Kom hier, want dit wordt hem niet.’ Zestien jaar oud en professioneel uit mijn eigen keuken gezet door een mevrouw met dementie. Cor nam plaats aan tafel en begon de aardappelen te schillen. Koos, een andere cliënt, keek het tafereel aan en zei: ‘Geef mij de penen maar, die schrap ik wel.’ En voor ik het wist zat ik met twee bewoners aan tafel die mijn avonddienst probeerden te redden. Cor met de aardappelen, Koos met de penen en ik als gediplomeerd niks ertussenin een beetje belangrijk te kijken.

Nu moet je weten: dit is elf jaar geleden. De ouderen die toen op een PG-afdeling woonden, waren van een andere generatie dan de mensen die er nu steeds meer komen wonen. Cor en Koos konden aardappelen jassen en penen schrappen alsof hun leven ervan afhing. Niet snel. Absoluut niet snel. Maar wel beter dan ik, en dat was ook geen enorme prestatie. Ondertussen kwamen de gesprekken op gang. Koos zag af en toe een reiger door de huiskamer vliegen die wij niet konden zien en Cor sloeg tijdens een verhaal regelmatig de verkeerde afslag in om drie dorpen verder weer bij het onderwerp terug te komen. Maar toen ging de muziek aan. Ramses Shaffy, André van Duin en alles wat ertussen zat. Er werd gezongen, gelachen en verteld. Cor wist misschien niet meer welke dag het was, maar ze wist verdomd goed dat ik geen aardappel kon schillen.

Die avond aten we een uur later dan gepland. Tegenwoordig zouden we daar waarschijnlijk een MIM-melding van maken, een verbeterplan schrijven en een werkgroep ‘tijdigheid warme maaltijd’ voor oprichten, maar toen aten twaalf ouderen gewoon stamppot dankzij Cor en Koos. Ik deed het toetje: pudding, slagroom, chocolade en vers fruit. Kijk, dát is mijn niveau. Ik kan een Mona-toetje aankleden alsof ik in de finale van Heel Holland Bakt sta. Ik mis Cor soms nog een beetje. Koos overigens ook. Want zonder dat ik het toen doorhad, leerde ik daar misschien wel één van mijn eerste lessen in de zorg: mensen met dementie kunnen soms de weg kwijt zijn, maar Cor zag de zestienjarige Julian met een aardappelschilmesje en wist nog precíés waar het misging.

Vorig jaar deed ik zelf mee, gewoon om te kijken of ze feedback hadden voor me!Dit was mijn inzending: Ik loop de woonka...
19/07/2026

Vorig jaar deed ik zelf mee, gewoon om te kijken of ze feedback hadden voor me!

Dit was mijn inzending:
Ik loop de woonkamer binnen. Twee kinderen zitten op de grond, verdiept in een tekenfilm die ze waarschijnlijk al tien keer gezien hebben. Ze giechelen, duwen elkaar aan. Het lijkt even een gewone avond in een gewoon gezin. Maar achter de slaapkamerdeur is niets meer gewoon. Daar ligt hun moeder, 34 jaar, uitgezaaide borstkanker.

Ik zet mijn tas in de hoek van de kamer, controleer de medicatiepomp, stel een paar routinevragen. Mijn handen weten precies wat ze moeten doen, maar mijn hart voelt de zwaarte van deze kamer. Mijn hart wordt zo zwaar als de lucht in deze kamer, dik van onuitgesproken woorden. Alles hier siddert, stilte gespannen als een draad die elk moment kan knappen.

Dan kijkt ze me aan. Vermoeid maar helder fluistert ze: “Zorg je dat mijn kinderen straks niet vergeten hoe ik ruik?” Mijn adem stokt. Alsof iemand alle lucht uit de kamer trekt. Even weet ik niet wat ik moet zeggen. Geen opleiding, geen protocol, geen zorgplan bereid je voor op zo’n vraag. Ik slik, leg mijn hand op de hare. “Ik weet niet of ik dat kan”, zeg ik eerlijk. Ze knikt. Een glimlach die meer verdriet dan opluchting verraadt.

Die nacht slaap ik niet. Haar woorden blijven rondzingen in mijn hoofd. We vullen dagelijks tal van formulieren in. Hokjes, vinkjes, interventies. Maar geen enkel zorgplan of verpleegplan vangt de angst van een moeder om vergeten te worden. Ik wil een flesje vullen met haar geur. Haar warmte in een doos opsluiten voor later. Haar stem vouwen tot een brief die zich vanzelf voorleest. Maar zo werkt het niet. Ik kan alleen zorgen voor nú. Voor de kleine momenten. Ruimte maken voor de lach van haar dochter om een flauwe grap. Voor haar zoon die dicht tegen haar aankruipt. Voor de liefde die in deze kamer hangt, ondanks alles.

Een paar dagen later is de kamer stil. De kinderen zijn bij opa en oma, zij ligt rustig, ademhaling oppervlakkig. Ik pak haar hand. Geen woorden meer, alleen aanwezigheid. Misschien wel voor de laatste keer.

Wanneer ze overlijdt, ben ik er niet bij. Maar ik weet dat ze is gegaan zoals ze heeft geleefd: met haar kinderen in haar hart, met haar liefde in de kamer. En ik? Ik draag haar zin nog steeds met me mee: “Zorg je dat mijn kinderen straks niet ver­geten hoe ik ruik?”

Misschien herinneren ze zich die geur later niet meer precies. Maar ze zullen zich hun moeder herinneren. In de verhalen, in de foto’s, in de kleine dingen die nooit verdwijnen.

En ik zal haar nooit vergeten. Want zij liet me voelen wat geen enkel protocol je kan leren: dat zorg gaat over herinnerd worden. En dat één zin soms meer zegt dan tien zorgplannen.

Schrijf jij nou ook over je werk? Dan is dit de kans om te leren, maar ook om net die extra tips te krijgen ☺️ doe mee en geef jezelf de kans!

De schrijfpoli komt er weer aan!
Op maandag 16 november organiseert Arts en Auto opnieuw de Schrijfpoli in Utrecht: een avond waarop schrijvende zorgprofessionals Marijn Houwert, Danka Stuijver en Berend van Doorn, samen met de Arts en Auto-redactie (Martijn Reinink, Marte van Santen en Frederieke van Velzen), tips en persoonlijke feedback geven op jouw werk. Deelname is gratis.

Werk of studeer jij in de zorg en wil je je ontwikkelen als blogger of columnist? Schrijf een blog van 300 tot 500 woorden die raakt aan het leven en werk van een zorgprofessional en stuur deze vóór 21 september naar [email protected], met naam, leeftijd, beroep of studie en telefoonnummer.

(Let op: beperkt aantal plaatsen. Bij veel aanmeldingen maakt de redactie een selectie.)

17/07/2026

Er zijn mensen die denken dat wijkverpleging vooral bestaat uit steunkousen, wondzorg en kilometers maken op de fiets of in de auto.

En eerlijk... dat is ook zo.
Maar dat is niet waar ons werk om draait.
Ons werk draait om de mensen met wie je het doet.

Iedere ochtend druppelt iedereen binnen. De één heeft amper geslapen omdat er vannacht een palliatieve cliënt achteruitging. De ander vertelt trots over zijn kinderen. Er wordt koffie gezet, gelachen om een flauwe opmerking en ondertussen vliegen de telefoons alweer over tafel. Binnen tien minuten zijn we veranderd van gewone mensen in verpleegkundigen, verzorgenden, planners, luisteraars, psychologen en soms zelfs loodgieters.

En dan gaat iedereen zijn eigen kant op.
Het bijzondere is dat je elkaar de hele dag bijna niet ziet. Toch voel je elkaar voortdurend. Je weet dat ergens een collega een moeilijke wond aan het verzorgen is. Dat iemand een slecht nieuwsgesprek voert. Dat een ander een cliënt nog even extra knuffelt omdat het vandaag niet gaat. Zonder dat je het ziet, weet je dat het gebeurt.

En als het nodig is......is één appje genoeg.
"Wie kan even helpen?" Nooit volgt de vraag waarom.
Alleen maar: "Ik kom eraan."
Dat vind ik misschien wel het mooiste aan de wijk.

We werken alleen, maar we zijn nooit alleen.

Ik kijk weleens om me heen en dan zie ik zoveel verschillende mensen. De rustige collega die iedere cliënt een veilig gevoel geeft. Degene die altijd overal een oplossing voor heeft. De collega die de spanning breekt met een grap op precies het juiste moment. De planner die iedere dag weer een onmogelijke puzzel oplost. En ja... ook die ene broeder die iets te hard praat en iets te veel energie heeft.

Juist omdat niemand hetzelfde is, klopt het.
Het is geen verzameling collega's.
Het is een verzameling karakters die elkaar aanvullen.

Natuurlijk mopperen we weleens. We zuchten als de route weer uitloopt. We rollen met onze ogen als de telefoon voor de twaalfde keer gaat terwijl de koffie nog warm is. Maar als het erop aankomt, staan we schouder aan schouder.

Niet omdat het moet.
Maar omdat niemand in ons team een ander laat vallen.
Soms kijk ik aan het einde van een werkdag naar de lege parkeerplaats. Iedereen is weer naar huis. Morgen doen we precies hetzelfde. We zullen weer mensen ontmoeten op misschien wel de mooiste én moeilijkste momenten van hun leven.

En ineens besef ik hoe bijzonder dat eigenlijk is.
Dat ik mijn dagen mag doorbrengen tussen mensen die niet alleen ontzettend goed zijn in hun vak, maar vooral ontzettend goed zijn voor elkaar.
Dat is geen vanzelfsprekendheid.
Dat is rijkdom.

En misschien is dat wel het grootste geluk dat je in de zorg kunt vinden.
Niet dat je iedere dag fluitend naar je werk gaat.
Maar dat je weet dat, waar de route je ook brengt, er altijd een team achter je staat dat je opvangt, met je meedenkt, met je lacht en soms zelfs met je huilt.
Dat gevoel...
Dat gun ik iedere zorgverlener.

Ik val deze week wel een beetje in de cadeautjes.Eerst dat geweldige verpleegkundigenbadeendje, een tube handcrème en ee...
15/07/2026

Ik val deze week wel een beetje in de cadeautjes.

Eerst dat geweldige verpleegkundigenbadeendje, een tube handcrème en een kaartje waar ik stil van werd. En nu breekt ook weer de tijd aan waarin leerlingen afscheid nemen. Dat vind ik stiekem altijd één van de mooiste momenten van het jaar.

Als er nieuwe leerlingen binnenkomen begin ik steevast hetzelfde toneelstuk.

"Nee joh, je moet niet met mij meelopen. Ik ben verschrikkelijk. Ga lekker met de dames mee, die zijn veel leuker."

En ondertussen zit ik natuurlijk allang te kijken. Niet naar hoe snel iemand een steunkous aantrekt of een bloeddruk meet. Dat leer je vanzelf wel. Ik kijk naar iets anders. Hoe praat je tegen mensen? Zie je de cliënt of zie je alleen de zorg? Waar gaat jouw hart sneller van kloppen?

De eerste weken laat ik ze vooral meekijken. Maar zodra de tussenevaluatie geweest is, gooi ik ze zonder pardon het diepe in.

"Succes. Jij doet het. Ik loop achter je. En als je vastloopt, stel je maar een vraag."

Juist de onzekere leerlingen hebben daar vaak het meeste aan. Want zelfvertrouwen groeit niet door iemand alles voor te doen. Zelfvertrouwen groeit doordat iemand ontdekt: hé... ik kan dit eigenlijk best.

Ik doe één keer voor hoe ík werk. Daarna begint mijn dagelijkse voorstelling: The Happy Nurse. Veel praten, veel humor, een hoop energie en meestal drie gesprekken tegelijk. Aan het einde van zo'n dienst ben ik volledig leeg. Mijn sociale batterij ligt ergens naast de computer uit te hijgen.

En dan volgt altijd hetzelfde gesprek.
"Gefeliciteerd," zeg ik dan. "Je hebt vandaag gezien wat jij nóóit moet worden."

Dan kijken ze me verschrikt aan.
En precies daar begint de echte les.

"Jij bent mij niet. En dat is maar goed ook. Jouw kracht zit in je rust. In hoe mensen zich veilig voelen als jij binnenkomt. In jouw aandacht. Dat kan ik helemaal niet. Als ik een woonkamer binnenloop, komt er twee meter chaos met een witte jas ter grote van een diascherm. Hoe hard ik ook probeer mezelf klein te maken... het lukt gewoon niet."

We hebben het dan niet alleen over verpleegkunde. We praten over onzekerheid. Over fouten maken. Over thuiskomen na een zware dienst. Over het gevoel dat je soms denkt dat je niet goed genoeg bent.

Want misschien is dát wel het belangrijkste wat je iemand kunt leren.
Niet hoe je een wond verbindt.
Maar hoe je iemand laat voelen: ik zie jou wel.

En deze week kreeg ik daar het mooiste bewijs van.
Eén leerling nam haar diploma in ontvangst.
De ander komt als vakantiekracht ons team versterken.
Ineens zijn het geen leerlingen meer. Het zijn collega's geworden.

En ergens hoop ik dat, als zij over een paar jaar zelf een onzekere stagiair naast zich hebben lopen, er heel even een stemmetje in hun hoofd klinkt:
"Die dikke broeder van twee meter was zo gek nog niet... al was het wel een complete beroepsidioot."

En als dat gebeurt, dan is mijn grootste cadeau misschien helemaal geen cadeaubon of een do**he schuim. Maar de wetenschap dat een klein beetje van mijn manier van zorgen, van mens zijn en van geloven in iemand... weer wordt doorgegeven aan de volgende generatie.

Vandaag zat ik op een bankje in het crematorium van DELA. Ik zat daar omdat ik afscheid nam van een cliënt voor wie ik d...
12/07/2026

Vandaag zat ik op een bankje in het crematorium van DELA.

Ik zat daar omdat ik afscheid nam van een cliënt voor wie ik de afgelopen periode intensief heb mogen zorgen. We hebben gevochten voor comfort, voor rust, voor waardigheid. Het kostte vrije avonden, extra telefoontjes en soms simpelweg de keuze om nog één keer langs te gaan terwijl mijn dienst allang voorbij was. En weet je? Ik zou het morgen precies hetzelfde doen. Want goede zorg in de laatste levensfase krijg je maar één kans.

Tijdens de dienst werden wij als zorgverleners bedankt. Ik voelde mijn keel dichtknijpen. Je zit daar, probeert professioneel te blijven, maar ineens ben je niet meer de zorgverlener. Dan ben je gewoon Julian.

Na de uitvaart stap je weer in de auto. Terug naar kantoor. Dat blijft misschien wel het vreemdste van ons vak. Tussen afscheid nemen en een medicatielijst controleren zitten soms maar een paar minuten.

Aan het einde van de dag werd er op de deur geklopt.
Daar stonden ze. Echtgenoot, dochter en zoon. Mensen die nog maar een paar uur daarvoor afscheid hadden genomen van iemand van wie ze allemaal op hun eigen manier liefhadden. En toch kwamen ze óns bedanken.
Ze gaven ons een pakketje Een cadeau dat zwaarder woog dan goud. Omdat het niet ging om wat erin zat, maar om wat ermee werd gezegd: we hebben gezien wat jullie hebben gedaan.

Dat soort momenten raken me misschien nog wel het meest. Niet omdat we hiervoor werken. Maar omdat je heel even voelt dat al die extra kilometers, die vrije avonden en die moeilijke gesprekken werkelijk iets hebben betekend.

En als jullie dit toevallig lezen...
Dank jullie wel.
Dank jullie wel voor het vertrouwen. Dank jullie wel dat wij een klein stukje van jullie leven en van zijn laatste levensfase mochten meelopen. Maar misschien nog wel meer: dank jullie wel dat jullie lieten zien wat liefde eruitziet wanneer het moeilijk wordt.

En als ik jullie één raad mag geven, als Broeder Sjuul?
Blijf elkaar vasthouden.
Praat met elkaar, lach om de herinneringen, huil als dat nodig is. Zoek elkaar op, juist op de dagen dat de stilte het hardst binnenkomt.
Want uiteindelijk is liefde het enige dat de dood niet kan afnemen.

Adres

Ameide

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Broeder Sjuul nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Delen