28/07/2026
Ik moet altijd een beetje aftasten wat ik wel en niet kan schrijven. Dat schijnt verstandig te zijn wanneer je voor steeds meer mensen schrijft. Maar stel je eens voor: je gaat naar het ziekenhuis voor een operatie, krijgt op de OK een charmant mutsje op, telt braaf achteruit vanaf tien en verwacht een paar uur later wakker te worden met een pleister en een beschuitje. In plaats daarvan open je je ogen in het kampeerassortiment van het plaatselijke ziekenhuis. Gefeliciteerd! Uw operatie is geslaagd, maar u ligt inmiddels wel in een tentbed met sensoren, op een kamer alleen en volslagen koekoek volgens de familie.
Bij een delier lopen de gewone wereld en je eigen droomwereld gezellig dwars door elkaar heen. In je infuuszak zwemt een vis, de verpleegkundige blijkt onderdeel van een internationaal complot en die buis uit je geslachtsdeel zat er vijf minuten geleden écht nog niet. Bovendien komt daar paarse meuk uit en niemand lijkt daarvan onder de indruk. Sterker nog: er staat iemand naast je bed heel kalm te zeggen dat je vooral rustig moet blijven. Rustig? Er zwemt een goudvis in mijn antibiotica, zuster!
Ja, ik doe er nu heel luchtig over, maar een delier kan behoorlijk heftig zijn. Heb je weleens een vijftiger een gordijnrail uit het plafond zien trekken en vervolgens vijf beveiligers kennis laten maken met de vloer? Ikke wel. En één ding weet ik zeker: dat lossen we niet op met een halve haloperidol en een vriendelijk gesprek over de datum van vandaag. De dood of de gladiolen, maar mij niet gezien. Ik sta wel veilig op de gang de situatie klinisch te overzien. Ver achter de beveiliging.
Na afloop weten patiënten soms nog flarden. De vis, het complot, de paarse meuk en misschien ook dat ze geprobeerd hebben het halve ziekenhuisinterieur mee naar huis te nemen. Vaak schamen ze zich daar verschrikkelijk voor. Familie maakt er vervolgens graag nog jarenlang een gezellig verjaardagsonderwerp van: ‘Weet je nog dat papa dacht dat jij van de Russische geheime dienst was?’ Iedereen lachen. Behalve papa.
Dus lach gerust om de bizarre situaties die een delier kan opleveren, humor helpt ons in de zorg tenslotte ook overeind, maar lach nooit de patiënt uit. Die koos niet voor een weekendje kamperen in een tentbed en al helemaal niet voor die goudvis in zijn infuus. Voor hem was het echt. En wakker worden uit zo’n werkelijkheid is al verwarrend genoeg, zonder dat je er de rest van je leven tijdens ieder kerstdiner aan wordt herinnerd.