11/07/2026
'Wil je me eens helpen zoeken?,' vroeg Bram terwijl hij naast Schildpad over het bospad liep. 'Ben je wat kwijt dan?', vroeg Schildpad. 'Nee, maar iedereen zegt dat ik een ziel heb. Ik kan haar alleen nergens vinden."
Schildpad keek hem glimlachend aan. 'Wat bedoel je?' Bram antwoordde: 'Nou, ik weet waar mijn handen zijn. Ik weet waar mijn voeten zijn. Ik voel mijn hart kloppen als ik heb gerend. Ik weet ongeveer waar mijn hersenen zitten. Maar mijn ziel... niemand kan mij vertellen waar die is.'
'Dat is een mooie vraag,' zei Schildpad. 'Maar ook een lastige. Als iets bestaat, moet je het toch kunnen vinden?' Ze liepen een tijdje zwijgend verder. De wind speelde met de bladeren. Hoog in een boom floot een merel zijn avondlied.
Toen vroeg Schildpad: 'Kun jij de wind aanwijzen?' Bram schudde zijn hoofd. 'Nee.' 'Toch weet je dat hij bestaat.' 'Ja, omdat ik hem voel.' 'En kun jij de liefde aanwijzen?' Bram dacht even na. 'Nee... maar ik weet wel hoe liefde voelt.'
'En muziek? Kun je muziek vasthouden?' Bram glimlachte. 'Ook niet.' 'En toch kan muziek je laten lachen of huilen.' Bram knikte. 'Er zijn dus dingen,' zei Schildpad, 'die werkelijk bestaan, zonder dat je ze kunt vastpakken.'
Ze liepen weer verder. Na een poosje vroeg Bram: 'Maar waarom zeggen mensen dan dat de ziel ín mij zit?' 'Misschien,' zei Schildpad, 'omdat ze geen betere woorden konden vinden.'
'Hoe bedoel je?' 'Wij denken graag in plaatsen. We vragen: waar is God? Waar woont de liefde? Waar zit de ziel? Alsof alles een adres heeft.'
'En heeft de ziel dat niet?' Schildpad bukte zich en raapte een e***l op. "'ie je deze e***l?' Bram knikte. "'hierin zit een eik.' Bram lachte. 'Nee hoor. Er zit alleen een e***l in.'
'Dat denk je,' zei Schildpad. 'De eik is nog niet zichtbaar. Maar hij is er wel, als belofte.' Hij legde de e***l voorzichtig terug in het mos. 'Misschien is de ziel ook zo. Geen ding dat ergens in jou verstopt zit, maar de belofte van wie jij ten diepste bent.'
Bram keek peinzend voor zich uit. 'Hoe weet ik dan of ik vanuit mijn ziel leef?' Schildpad dacht even na. 'Wanneer je alleen maar bezig bent met bezit, met gelijk krijgen of met wat anderen van je vinden, hoor je vooral de drukte van de wereld.'
'En de ziel?"
'Die spreekt veel zachter.'
'Hoe klinkt ze?'
'Als mededogen.'
'Als waarheid.'
'Als verwondering.'
'Als de stilte waarin je ineens voelt dat het leven groter is dan jijzelf.'
Ze liepen verder. Na een lange stilte zei Bram: 'Misschien heb ik al die tijd op de verkeerde plek gezocht.' ;Waar zocht je dan?'
'In mijn lichaam.' Schildpad bleef staan. Hij keek Bram vriendelijk aan. 'Misschien komt de verwarring wel door de taal.'
'Hoe bedoel je?' 'Mensen zeggen: 'Ik heb een ziel.' Alsof de ziel iets is wat je bezit.' Hij zweeg even. 'Misschien is het precies andersom.' Bram keek hem vragend aan. 'Je hebt een lichaam,' zei Schildpad zacht. 'Maar je bent een ziel.' Die woorden bleven een tijd tussen hen in hangen.
Bram keek naar zijn handen. Hij bewoog zijn vingers. Hij voelde de wind langs zijn huid. Hij luisterde naar zijn adem. Toen keek hij op. 'Dan heb ik mijn hele leven de verkeerde vraag gesteld.' 'Welke vraag?' 'Ik vroeg steeds waar mijn ziel was.'
"En welke vraag stel je nu?' Bram dacht lang na. 'Hoe kan ik zichtbaar maken wie ik werkelijk ben?' Schildpad glimlachte.
'Dat is een veel betere vraag.' 'Maar hoe doe ik dat dan?'
Schildpad keek hem aan met twinkelende ogen. 'Dat is eigenlijk heel eenvoudig.' 'Vertel.' 'Je heet Bram.' 'Ja...' 'Dan mag je leren Brammen.'
Bram schoot in de lach. 'En wat is Brammen?' Schildpad legde zijn p**t op Brams schouder. 'Steeds een beetje meer worden wie je ten diepste bent.'