11/08/2026
Een paar jaar geleden sprak ik een vrouw die maar niet begreep waarom ze haar vorige relatie niet kon loslaten. Met haar verstand wist ze heel goed dat weggaan de juiste beslissing was geweest. Ze was niet vertrokken omdat de liefde ineens verdwenen was, maar omdat ze zichzelf in die relatie steeds verder was kwijtgeraakt en haar lichaam op een gegeven moment simpelweg niet meer meewerkte.
Inmiddels had ze haar gezondheid terug, werkte ze weer en had ze een nieuwe man ontmoet die eigenlijk alles had wat ze wilde. En toch hoefde er maar iets rondom haar ex te gebeuren en haar hoofd sloeg weer op hol. Vooral wanneer ze hoorde dat hij met zijn nieuwe vriendin leuke dingen deed die tijdens hun huwelijk blijkbaar nooit konden, kwam onmiddellijk die gedachte: waarom kan het nu ineens wél?
“Maar waarom ben ik dan jaloers?” vroeg ze me.
Precies daar zag je wat haar hoofd deed. Er was een gevoel van jaloezie, verdriet of verlangen en daar moest vervolgens een verklaring voor komen. Als ik jaloers ben, wil ik hem blijkbaar nog. Als ik hem mis, heb ik misschien de verkeerde beslissing genomen. Als dit me nog zo raakt, zegt dat toch iets?
Zo wordt een gevoel ongemerkt bewijs voor een verhaal dat je hoofd bedacht heeft.
Ik vroeg haar of ze hem werkelijk terug wilde zoals hij was geweest, dus niet de man die hij misschien had kunnen zijn of de versie waarin alles alsnog goed kwam, maar gewoon de man met wie ze had geleefd en bij wie ze uiteindelijk niet meer kon blijven. Nee, dat wou ze absoluut niet.
Terwijl we verder praatten, werd steeds duidelijker dat ze eigenlijk niet terugverlangde naar de werkelijkheid van haar huwelijk, maar naar het plaatje dat ze er ooit van had gemaakt. Het luchtkasteel.
“Je bent eigenlijk meer verliefd op het plaatje dan op wat dat plaatje in werkelijkheid was,” zei ik. Dat beaamde ze. “Je hebt een soort sprookje voor jezelf gecreëerd. Maar dat sprookje was meer een hel toen je erin zat.”
En daar zat de gekkigheid. In haar hoofd keek ze terug naar het sprookje, terwijl haar lichaam nog heel goed wist waarom ze eruit was gestapt. Haar hoofd bleef proberen het verhaal alsnog goed te laten aflopen. Als hij nou anders was geweest. Als zij dingen anders had gedaan. Als hij toen had gedaan wat hij nu blijkbaar wel deed. Misschien hadden ze het dan toch kunnen redden.
Ze probeerde in haar hoofd een verleden te repareren dat allang voorbij is.
Op een gegeven moment zei ze: “Mijn gevoel zegt dat ik nooit weg had moeten gaan.” “Maar je gevoel zegt helemaal niks,” antwoordde ik. “Je gevoel voelt.” Je hoofd is degene die daarna de microfoon pakt en er een betekenis aan geeft. Zie je wel, je houdt nog van hem. Zie je wel, je hebt verkeerd gekozen. Misschien had je toch moeten blijven.
En als je die eerste gedachte gelooft, volgt de rest vanzelf. Er komt een herinnering bij, dan een aanname, vervolgens een wat-als-scenario en binnen de kortste keren zit je midden in een compleet alternatief leven dat alleen in je hoofd bestaat.
Ik noemde het tijdens ons gesprek de trein naar Timboektoe. Je stapt in bij één gedachte en hebt nauwelijks door dat de trein begint te rijden. Onderweg stappen er steeds meer gedachten, herinneringen en scenario’s bij in en voor je het weet ben je mentaal duizenden kilometers van de werkelijkheid verwijderd.
Terwijl er in het huidige moment misschien helemaal niets opgelost hoeft te worden. Ze hoefde dus niet te leren om nooit meer jaloers te zijn, haar ex nooit meer te missen of niets meer te voelen bij mooie herinneringen. Ze mocht verdriet hebben om hoe het niet gegaan is én tegelijkertijd weten dat weggaan de juiste keuze was.
Waar ze mee mocht oefenen is: het gevoel laten bestaan zonder haar hoofd er onmiddellijk achteraan te laten rennen.
Want soms mis je iets wat je helemaal niet terug wilt. Soms rouw je om het leven waarvan je dacht dat je het zou krijgen, terwijl je heel goed weet dat het leven dat je werkelijk had niet meer bij je paste.
En misschien blijven we daarom soms zo lang hangen in dingen die allang voorbij zijn: niet omdat het verleden ons vasthoudt, maar omdat ons hoofd er telkens opnieuw naartoe reist om te kijken of het er deze keer tóch nog iets kan oplossen.