02/06/2026
Overleggen, analyseren en opnieuw overleggen. En patiënten maar wachten....
Ik doe m'n best het los te laten, maar ik kon het toch niet laten om er nog iets over te schrijven. Een stuk over de Nederlandse overlegcultuur en het gebrek aan regie en verantwoordelijkheid. En over het belang om eindelijk eens door te pakken, omdat er zoveel meer mogelijk is.
ONS EEN ZORG!
Onlangs sprak ik een aantal oud-patiënten. Hun boodschap was pijnlijk eenduidig: niets veranderd, nog steeds geen hulp. Gelukkig kon ik ze geruststellen, want er wordt nog steeds overlegd! YES! Wat een opluchting. Want als je doodziek in het donker ligt te wachten, is dat natuurlijk precies waar je behoefte aan hebt.
OVERLEG ALS EINDBESTEMMING
Anderhalf jaar geleden trokken we vanuit Begrepen Klachten aan de bel: “Dit gaat niet meer. Een groepje vrijwilligers draagt de verantwoordelijkheid voor ernstig zieke mensen, die nergens terecht kunnen. Die wegkwijnen in bed en balanceren tussen leven en dood. Er moet nu iets gebeuren.”
De reactie vanuit zorgland (of nou ja, een klein groepje mensen uit zorgland): “Wat erg. Hier moeten we iets mee.” En daarna: “laten we overleggen.” Want daar zijn we goed in hè mensen, in overleggen. Overleggen, uitstellen, overleggen, onderzoeken, nog meer overleggen.
Vijf jaar geleden dacht ik nog: dit moet toch anders kunnen? Nu wéét ik dat het anders kan. We hebben gezien hoe het anders kan en weten hoe we mensen kunnen helpen. Juist dat maakt het pijnlijk. Want als we niet machteloos zijn, is er sprake van onwil, of op z'n minst onkunde. En natuurlijk is niemand er op uit om mensen te laten creperen, ik wil geloven in goede intenties. Maar inmiddels is er alle reden om boos te zijn op een systeem dat aantoonbaar tekortschiet en toch in stand wordt gehouden.
WAAR HET SYSTEEM VASTLOOPT
"Het kost tijd." "We moeten het eerst beter onderzoeken." "Zo werkt het nu eenmaal." Dit is gewoon niet goed genoeg. Misschien moet het nu eenmaal niet meer zo werken? Het zijn vooral makkelijke excuses om niets te veranderen. Als we alle uren, vergaderingen, beleidsstukken en managementfuncties van de afgelopen jaren bij elkaar optellen, hadden we allang concrete zorg kunnen organiseren voor een enorme groep patiënten. Veel te vaak gaat het gesprek over tekorten, bezuinigingen en zorg die 'nu eenmaal duur is'. Veel te weinig gaat het over de vraag hoe het mogelijk is dat een systeem dat zoveel tijd, geld en menskracht kost, zo weinig betekent voor de mensen die het het hardst nodig hebben.
Er ontbreekt landelijke coördinatie, waardoor organisaties vaak langs elkaar heen werken en proberen hetzelfde wiel uit te vinden. Zorgverzekeraars, beroepsorganisaties en de overheid blijven naar elkaar wijzen en verantwoordelijkheid afschuiven. Gedeelde verantwoordelijkheid maakt dat helemaal niemand zich verantwoordelijk voelt. Ondertussen blijft noodzakelijke scholing achterwege en krijgen patiënten nog steeds te maken met zorgverleners die onvoldoende kennis hebben, of hen niet eens serieus nemen. Met meer regie, meer eigenaarschap en meer bereidheid om te leren van wat al bekend is, hadden we veel verder kunnen zijn. Maar wie neemt de stappen die nodig zijn?
De grote urgentie in de praktijk verdwijnt in de traagheid van het systeem. Aan tafel blijven zitten lijkt soms belangrijker dan echt iets veranderen voor patiënten. De focus ligt op lange termijnplannen, terwijl de vraag wat nu nodig is, volledig ondergesneeuwd raakt. En als dat eenmaal wel duidelijk wordt, gebeurt er alsnog niets.
Patiënten verwachten geen wonderen, ze willen gewoon geholpen worden binnen de mogelijkheden die er al wel zijn. Maar zelfs de meest simpele basiszorg is niet op orde. Van al die overleggen is nog niemand beter geworden. Mensen snakken zo naar zorg. Een beetje verbetering, hoop, menselijkheid, of in sommige gevallen enkel nog een waardige dood.
CONCRETE ZORG
Daarom heb ik steeds gepleit voor concrete pilots, met kleine teams van casemanagers, artsen, onderzoekers en ervaringsdeskundigen. Zo'n praktijkanalyse levert niet alleen inzichten voor de lange termijn op, maar ook directe waarde voor patiënten op de korte termijn.”. Aan tafel was iedereen enthousiast, maar zodra ik om concrete steun vroeg, bleef het stil. En dan begon de overlegcyclus van voren af aan. Kon ik opnieuw komen vertellen over onze ervaringen en wat er nodig zou zijn. Waarom kunnen we het nou niet gewoon eens heel praktisch maken? Probeer iets, schaal op wat succesvol is en leer van wat niet werkt.
Mijn uitgangspunt is altijd heel simpel geweest:
Wat hebben patiënten nú nodig?
Wat kunnen we vandaag al organiseren?
Wat kunnen we binnenkort verbeteren?
Waar lopen we dan nog vast en waarom?
Misschien win ik er geen innovatieprijs mee, maar ik vind het toch zonde dat zo'n logische aanpak niet wat meer vanzelfsprekend is. De kennis ligt op de plank, de oplossingen ook, nu nog de bereidheid om ernaar te handelen. Patiënten wachten al veel te lang, we hadden al veel verder kunnen zijn – nee, moeten zijn.
Aan vragenstellers geen gebrek, aan overlegtafels evenmin. Geld is zelden het echte probleem. Wat ontbreekt is de urgentie en de moed om daadwerkelijk door te pakken.
-----
Ik schreef dit artikel vanuit mijn ervaringen met Begrepen Klachten, een organisatie die ik opgericht heb vanuit mijn ervaring als arts, patiënt en hulpverlener. De afgelopen 5 jaar hebben we met onze praktijk patiënten uit heel Nederland ondersteund met medische, psychosociale en praktische hulp.
We zagen vooral veel mensen met (ernstige) PAIS, zoals Long Covid en Q-koorts, maar ook andere aandoeningen en onvoldoende verklaarde klachten. Helaas ben ik zelf nog zeer beperkt in mijn energie en heb ik niet de juiste mensen kunnen vinden om dit initiatief voort te zetten. Later wil ik nog wat meer schrijven over onze concrete aanpak buiten het reguliere systeem.