23/07/2026
๐ฉ๐ฟ๐ถ๐ท๐๐ถ๐น๐น๐ถ๐ด๐ฒ๐ฟ๐๐๐ฒ๐ฟ๐ต๐ฎ๐ฎ๐น: ๐๐ฒ ๐ฅ๐ผ๐น๐๐๐ผ๐ฒ๐น๐ฏ๐๐ โฟ
Ik heb haar vandaag gevonden bij Maartenshof. Soms is ze in Wildervank, soms in Groningen en soms in Ten Boer. Het voelde alsof ze op me had gewacht, maar dat was natuurlijk niet zo. De rolstoelbus. Mensen van de Zorg vragen vaak verbaasd: "Maar hebben we dan een rolstoelbus?". Ja, we hebben een rolstoelbus, een rode. Nou ja, als je de reclame even wegdenkt. Ze is overal. Ze is in Roden in het speelgoedmuseum waar ze dementerende bewoners weer terugbrengt in hun jeugd, ze is bij het visrestaurant in Lauwersoog of Termunterzijl, ze staat bijna naast een graf in Hoogezand omdat iemand z'n vrouw moet begraven en ze is bij het Eemshotel in Delfzijl omdat een oud-marineman nog een keer de zee wil zien. En vandaag is ze met mij in Winschoten.
Het Syrische restaurant aan de Venne zit bijna vol. Ik stel dat tevreden vast omdat dat in mijn ogen een teken is dat de keuken als goed en gewaardeerd bekend staat bij de lokale bevolking en dat de loop er dus nog niet uit is. De eigenaar begroet mij met een flair alsof ik op deze koude zaterdagavond in januari zijn enige gast ben en wijst mij een plek midden in zijn koninkrijkje. Nu ben ik ondergedompeld in een zachte wirwar van Syrische en Groningse klanken en dus bestel ik frieten waarvan ik vermoed dat ze van de Groningse klei komen en vlees dat vast en zeker op z'n Syrisch zal worden bereid.
"Ik zou dat maar nemen", zegt de uiterst vriendelijke jongen van de bediening met een Groningse tongval, "want dat vind ik zelf ook lekker". Daar kan in mijn ogen geen argument meer tegenop en ik knik instemmend en dankbaar omdat hij mij het kiezen uit zoveel uitheemse gerechten uit handen genomen heeft. Ik heb de eigenaar bij mijn binnentreden gezegd dat ik met de rolstoelbus van de Zorggroep ben, dat ik zojuist een mevrouw bij haar familie heb afgeleverd en dat ik komende anderhalf uur, maar ook niet langer dan dat, in zijn restaurant wil doorbrengen om van de kaart te proeven. Hij dankt mij uitgebreid voor mijn keuze, kijkt me daarbij aan alsof hij in de prijzen is gevallen en verzekert me dat hij en zijn team me niet zullen teleurstellen.
"Meneer is nog aan het werk op dit uur?", informeert de eigenaar als hij tijdens het bedienen weer tussen de dicht aaneen geschoven tafeltjes in mijn richting zweeft. "Eeh, ja, Ik rij op de rolstoelbus, bewoners willen wel eens ergens naartoe he?". Ik vertel dat ik in Bloemhof werk, dat dat in Ten Boer is en dat ik daar vrijwilliger ben. Hij kijkt me aan alsof hij het woord 'vrijwilliger' op z'n tong moet proeven zoals hij in de keuken ongetwijfeld ook vaak de sauzen proeft. "U bedoelt, voor niets meneer?". "Eh ja, voor niets, maar niet elke dag hoor. Als het nodig is he?". Ik bedenk dat het in Syriรซ misschien minder gebruikelijk is dat je iemand 'voor niets' heen en weer brengt en ik lees een mix van bewondering en verbazing in z'n ogen. Hij verdwijnt door de klapdeuren naar de keuken en ik stel me voor hoe hij de kok vertelt over die ene man die, op een moment dat anderen op de bank tegen elkaar aanschuiven met een goed glas wijn, 'voor niets' met een rolstoelbus rondrijdt en hier nu even komt eten. We nemen afscheid als vrienden en hij verzekert me dat ik vooral nog eens langs moet komen als ik in de buurt ben.
Ik manoeuvreer weer naar de familie - wat is het toch donker in Winschoten - waar ik de mevrouw heb achtergelaten, rij achteruit de aardedonkere oprit op, daarbij de buxushagen en andere beplantingen secuur ontwijkend en zet haar voorzichtig weer in de bus. Dochter schuift nog een tas met schone was op de voorstoel en ik bedenk opeens dat de rollen nu omgedraaid zijn: vroeger was het de dochter die na het weekeinde, uitgezwaaid door de ouders, met schone was weer naar de stad ging, nu is het moeder die met een tas wordt uitgezwaaid door de dochter.
Hamid heeft gezegd dat ik even naar Maartenshof moet bellen als ik er bijna ben. Hij zal dan buiten staan om mevrouw te helpen en om de bank weer in de bus te zetten. Hij zwaait enthousiast bij de hoofdingang naar de naderende rolstoelbus alsof ik drie week weggeweest ben. "Hoe was het meneer?". "Als je nog een keer meneer zegt, kijk ik je nooit weer aan". "Ok Jan, Ik zal het onthouden, doe mijn best". Hij doet echt zijn best, hij is de vleesgeworden vriendelijkheid en ik vertel hem dat ik in een Syrisch restaurant lekker heb zitten dikdakken. "Wat is dikdakken, Jan?" "Dat is eten tot je buikje vol is jongenโฆ en lekker!". "Aah, in een Syrisch restaurant, in Winschoten? Ik ben ook Syrisch, weet je." En inderdaad, als ik naar hem kijk zie ik dezelfde trekken, dezelfde blik. Hij zou bijna de zoon van de restauranteigenaar kunnen zijn. Even overweeg ik om hem ernaar te vragen, maar ik zie ervan af.
Hij brengt mevrouw naar boven en ik laat in een volledig verlaten hal het koffieapparaat weten dat ik na zoveel indrukken wel toe ben aan een bakje. Het apparaat deelt me mee dat ik mijn koffie kan uitnemen na betaling van een losgeld van twee euro vijftig. Juist als ik sta te schelden komt Hamid weer beneden, gluurt op de display van het hardvochtige apparaat en zet het op een lopen. "Waar ga je heen Hamid? "Koffie halen Jan". Even later komt hij terug met een bakje dampende koffie en duwt het me in de handen. "Op de derde is de koffie gratis". "Ben je nou echt voor mij naar de derde gerend voor een koffie Hamid?". Hij glundert: "Nee, er is een lift".
Het zit er weer op voor vandaag. Hamid verdwijnt al zwaaiend naar boven, ik zet de bus weer op haar plek, pak mijn auto en rij naar huis. "Wat is zo'n Suzuki Ignis opeens klein". Ik weet niet wie het meest genoten heeft, de mevrouw of ik.
- Vrijwilliger Jan -