09/09/2026
We willen dat kinderen zich goed voelen.
Logisch.
Maar soms slaan we daarin door.
Verdriet moet worden weggepraat.
Verveling moet worden opgelost.
Teleurstelling verzacht.
Zenuwen gerustgesteld.
Boosheid zo snel mogelijk gereguleerd.
Alsof een vervelend gevoel automatisch betekent dat er iets misgaat.
Maar een kind dat zich rot voelt, is niet automatisch een kind dat geholpen moet worden.
Soms is het leven gewoon even k*t.
Je wordt niet uitgenodigd.
Je haalt een onvoldoende.
Je beste vriend kiest iemand anders.
Je durft iets niet.
Je verliest.
Je krijgt je zin niet.
En ja — dat doet iets met een kind.
Dat mág.
Misschien hoeven we niet bij ieder ongemakkelijk gevoel te vragen:
Hoe krijgen we dit weg?
Misschien moeten we vaker zeggen:
“Ik zie dat dit je raakt. Ik blijf bij je. En als je me nodig hebt, ben ik er voor je.”
Want weerbaarheid ontstaat volgens mij niet doordat een kind leert dat iemand ieder obstakel uit de weg ruimt.
Het ontstaat wanneer een kind keer op keer ervaart:
Dit was moeilijk.
Dit voelde klote.
En toch kon ik ermee omgaan.
Natuurlijk is er een grens. Aanhoudende klachten, vastlopen of duidelijke signalen dat een kind hulp nodig heeft, moet je serieus nemen.
Maar tussen “het gaat geweldig” en “dit kind heeft hulp nodig” ligt een gigantisch gebied dat gewoon bij opgroeien hoort.
Misschien moeten we kinderen niet beschermen tegen ieder moeilijk gevoel.
Misschien moeten we ze het vertrouwen geven dat ze moeilijke gevoelens aankunnen.
BijNouk | Verder kijken dan de klacht.