15/06/2026
Mijn cliënt is overleden.
Een zin waar ik de afgelopen zes jaar als psycholoog weleens aan dacht, maar die tot voor kort nog nooit werkelijkheid was geworden.
Dit jaar ben ik inmiddels bij drie begrafenissen van cliënten geweest.
Dat klinkt misschien vreemd. Als psycholoog ben je immers geen familielid, geen vriend en geen onderdeel van iemands directe leven.
Wanneer iemand tegenover je zit, week na week, maand na maand en soms zelfs jarenlang, krijg je een inkijkje in een leven dat voor de buitenwereld vaak onzichtbaar blijft. Je ziet niet alleen de persoon die aan tafel zit, maar leert ook de verhalen kennen die daarachter schuilgaan. De onzekerheden, dromen, verliezen, teleurstellingen en verlangens. Je bent aanwezig bij gesprekken die soms nergens anders gevoerd worden.
Ik heb cliënten meegemaakt die een negatieve diagnose kregen en samen met mij probeerden te bevatten wat dit voor hun toekomst betekende. Mensen die nadachten over hun laatste wensen. Mensen die terugblikten op hun leven en zich afvroegen of ze de juiste keuzes hadden gemaakt. Mensen die afscheid moesten nemen van hun gezondheid, hun partner of langzaam van het leven zelf.
Tijdens een uitvaart zie je ineens de rest van het verhaal. De kinderen, partners, vrienden, collega's en familieleden. Je ziet hoeveel impact iemand heeft gehad op de mensen om zich heen.
Deze ervaringen hebben mij opnieuw laten stilstaan bij hoe bijzonder dit vak eigenlijk is. Mensen laten je toe op momenten waarop maskers verdwijnen. Op momenten waarop ze zich kwetsbaar voelen, bang zijn, twijfelen of juist hoop vinden. Ze vertrouwen je hun verhaal toe, soms jarenlang.
Dat blijft iets wat ik nooit vanzelfsprekend wil gaan vinden.
En misschien was dat wel de belangrijkste les die deze drie afscheidmomenten mij hebben gegeven: hoe kostbaar het is dat mensen je, al is het maar voor een periode, toelaten in hun wereld.