20/06/2026
‘Je weet wel, de moeder van Dim, die wulpse’ zei hij over de telefoon tegen een vriend.
‘Pardon?’ zei ik. ‘Die wat?’
De ander viel hem bij: ‘Hij bedoelt je rondingen.’ Het was een compliment en goed bedoeld. Ze begonnen een beetje te grinniken.
Dit gebeurde gisteren toen een vriend van me de groep met wie hij was beschreef aan iemand aan de telefoon. Ik werd dus weggezet als ‘de wulpse’.
‘Je bedoelt: de moeder van Dim, die met die 3 bedrijven. Die met dat koophuis. Die met die auto voor de deur,’ zei ik geïrriteerd.
‘Wulps is just an extra feature!’
Hoe langer ik erover nadenk, hoe pissiger ik word.
Want als het andersom was geweest, als we het over een man hadden gehad, dan zou hij waarschijnlijk niet zo omschreven worden:
‘Je weet wel, die met die strakke kaaklijn.’
‘Je weet wel, die met die nog niet opgetrokken haarlijn.’
‘Je weet wel, die met die torso vol borsthaar.’
Ik vind het stom en eigenlijk ook triest.
Ik werd in één zin teruggebracht tot een lichamelijk kenmerk, terwijl ik mezelf ervaar als entrepreneur, moeder, bouwer, leider en iemand die de afgelopen jaren een hele beweging heeft neergezet in de geboortezorg.
Ik ben niet boos op hem. Ik geloof oprecht dat het als compliment bedoeld was.
Maar het raakte me omdat het een maatschappelijke realiteit blootlegt: vrouwen worden nog steeds vaker beschreven op uiterlijk, mannen vaker op prestaties, status of competentie.
Een compliment over mijn uiterlijk is helemaal prima. Maar als dat het eerste is wat iemand noemt wanneer hij mij moet omschrijven, dan zegt dat niet alleen iets over mij. Het zegt ook iets over hoe we nog steeds naar vrouwen kijken.
En dat vind ik misschien wel het meest confronterende van alles.
Benieuwd wat jij hiervan vindt?