23/06/2026
Waarom geven we soms zoveel en ontvangen we zo weinig terug?
Er zijn zoveel mensen die altijd voor anderen klaarstaan. Ze geven liefde, aandacht, begrip en energie. Ze luisteren, helpen en voelen haarfijn aan wat een ander nodig heeft.
Maar diep van binnen voelen ze zich vaak alleen. Ze geven veel, maar ontvangen niet hetzelfde terug. En dat doet pijn.
Wat veel mensen niet beseffen, is dat dit niet alleen gaat over wat er nu gebeurt. Vaak zit daar een ouder verlangen onder. Als je vroeger als kind erkenning, aandacht, waardering of liefde hebt gemist, dan ontstaat er een leeg plekje in jezelf. Een verlangen om alsnog gezien te worden. Om belangrijk te zijn. Om te voelen dat je er mag zijn.
Zonder dat je het doorhebt, ga je dat soms zoeken bij de mensen om je heen.
Je geeft veel liefde, omdat je hoopt die liefde ook terug te krijgen. Je zorgt voor anderen, omdat je verlangt dat iemand ook eens voor jou zorgt. Je bent er altijd voor iedereen, omdat je diep van binnen hoopt dat iemand er ook voor jou zal zijn. En daar zit vaak de pijn.
Want hoe meer je geeft vanuit dat verlangen, hoe afhankelijker je wordt van wat de ander teruggeeft. Als die erkenning, waardering of liefde uitblijft, voelt dat als een afwijzing. Niet alleen in het nu, maar ook op die oude plek die ooit tekort is gekomen.
Misschien herken je dat gevoel wel. Dat je teleurgesteld raakt als een ander niet ziet hoeveel je doet. Dat je verlangt naar meer aandacht, meer waardering of meer betrokkenheid.
De uitnodiging is om eerlijk naar jezelf te kijken.
Wat verlang ik eigenlijk van de ander?
Waar hoop ik op? En heb ik dat misschien ooit gemist? Want de waarheid is dat niemand anders volledig kan vullen wat jij vroeger hebt gemist. Hoe lief een partner, vriend of familielid ook is.
Dat betekent niet dat je het alleen moet doen. We hebben allemaal liefde, verbinding en steun nodig. Maar wanneer jouw geluk en eigenwaarde afhankelijk worden van wat een ander jou geeft, lever je ongemerkt je kracht in.
De verandering begint op het moment dat je jezelf gaat geven waar je zo naar verlangt.
En misschien denk je nu: maar hoe doe ik dat dan? Dat is precies waar veel mensen vastlopen.
We zijn vaak gewend geraakt om naar buiten te kijken. Naar de bevestiging van anderen. Naar waardering, aandacht of erkenning. Daardoor voelen we ons goed als we die krijgen en onzeker als ze uitblijven.
Jezelf erkennen begint met eerlijk worden over wat er in je leeft. Niet wegduwen wat je voelt.
Niet doen alsof het wel meevalt. Niet jezelf vertellen dat je sterk moet zijn. Maar jezelf serieus nemen. Als je verdrietig bent, mag je erkennen dat je verdrietig bent.
Als je boos bent, mag je erkennen dat je boos bent. Als je je afgewezen voelt, mag je erkennen dat dat pijn doet. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar veel mensen hebben geleerd om over hun gevoelens heen te stappen. Ze zorgen liever voor anderen dan dat ze luisteren naar wat er in henzelf leeft.
Zelfliefde begint niet met jezelf geweldig vinden. Zelfliefde begint met jezelf ontmoeten.
Met aandachtig luisteren naar wat je voelt, wat je nodig hebt en wat er gezien wil worden.
Vaak zijn we veel milder voor anderen dan voor onszelf. Tegen een vriend zouden we zeggen: "Ik snap dat dit pijn doet." Maar tegen onszelf zijn we vaak hard en kritisch.
Terwijl juist die delen in jezelf die zich onzeker, afgewezen of niet goed genoeg voelen, jouw liefde nodig hebben. Jezelf accepteren betekent niet dat je alles leuk hoeft te vinden aan jezelf. Het betekent dat je stopt met vechten tegen wie je bent.
Dat je niet alleen je sterke kanten omarmt, maar ook de delen die bang zijn, twijfelen, verdrietig zijn of zich tekort voelen. Want hoe meer jij die delen afwijst, hoe harder ze blijven roepen om aandacht.En hoe meer jij ze liefdevol kunt ontmoeten, hoe rustiger het van binnen wordt.
En misschien is er nog iets wat minstens zo belangrijk is als geven: leren ontvangen.
Mensen die gewend zijn om veel te geven, vinden ontvangen vaak lastig. Een compliment wordt weggewuifd. Hulp wordt afgeslagen.
Aandacht voelt ongemakkelijk. Liefde wordt soms zelfs in twijfel getrokken. Niet omdat ze het niet willen, maar omdat ontvangen kwetsbaar is. Ontvangen vraagt dat je jezelf openstelt. Dat je gelooft dat je het waard bent om iets te krijgen, zonder dat je daar eerst iets voor hoeft te doen.
Als liefde, aandacht of erkenning vroeger niet vanzelfsprekend waren, kun je onbewust zijn gaan geloven dat je er hard voor moet werken. Dat je eerst moet zorgen, presteren, aanpassen of geven voordat je iets mag ontvangen.
Maar liefde is geen beloning.
Je hoeft haar niet te verdienen. Je bent liefde waard, simpelweg omdat je er bent. Ontvangen begint daarom niet bij de ander, maar bij toestemming geven aan jezelf. Toestemming om geholpen te worden. Toestemming om een compliment binnen te laten komen. Toestemming om gezien te worden.
Toestemming om liefde te ontvangen zonder schuldgevoel. Dat vraagt oefening.
Misschien begint het met een simpel "dank je wel" wanneer iemand iets aardigs tegen je zegt.
Misschien begint het met hulp aannemen zonder direct iets terug te willen doen.
Misschien begint het met even blijven voelen wat er gebeurt als iemand jou aandacht of liefde geeft. Want hoe meer jij jezelf ziet, erkent en waardeert, hoe veiliger het wordt om ook van anderen te ontvangen.
Dan hoeft liefde niet meer verdiend te worden.
Dan mag ze gewoon binnenkomen.
En precies daar ontstaat de balans waar zoveel mensen naar verlangen: een natuurlijke stroom van geven en ontvangen.
Want liefde wil niet alleen door jou heen naar buiten stromen. Liefde wil ook naar binnen kunnen stromen.
Liefs Susan ๐