03/06/2026
Zo rond mijn 22e voelde ik van binnenuit de grote behoefte om meer afstand te nemen van mijn familie. Ik voelde een verantwoordelijkheid op mijn schouders die niet van mij was en om dit los te kunnen laten moest ik het noorden van Nederland verlaten.
Ik kwam terecht in Den Haag en later naar Zutphen. Het contact met mijn halfzussen verwaterde en het contact dat er nog wel wat zat me nooit helemaal lekker. Het voelde voor mij als een knellende schoen en op de een of andere manier paste ik me altijd nog een beetje aan in de hoop om geaccepteerd te worden.
Totdat er een paar jaar geleden iets gebeurde waardoor ik de schoen echt uit moest doen en het contact werd verbroken.
Ik denk wel aan ze. Ik zie namelijk dat ik me diep van binnen er schuldig over kan voelen dat ik niet alleen comfortabele schoenen heb aangetrokken, maar daarmee ook nog eens een heel andere richting mee ben gaan bewandelen. Een deel van mij, het kleine meisje denk ik, had zo graag deel willen uitmaken van het bloedzusterschap. Alleen is het ook dit deel dat zich aanpast, dingen wil oplossen die zij niet op te lossen heeft; het deel dat altijd klein zal blijven.
En intussen ben ik toch echt groot geworden en word ik meer en meer volwassen, autonomer. Kijk ik mijn belastende patronen aan, laat ik ze los en geef ik ze terug. En nu zie ik in dat deze beweging niet zo zeer een grotere afstand is, maar wel een opening. Ruimte voor mijn eigen pad, dat ik mag bewandelen op mijn unieke manier.
Vanaf hier, mijn eigen plek, kan ik mijn hart weer openen voor mijn halfzussen. Al verwacht ik niet dat er op korte termijn contact zal komen. Maar ik ben er wel en ik wil blijven, ook als het spannend wordt. Zoals Elmer Hendrix zo mooi omschrijft: “Geen contact meer willen hebben betekent niet zozeer een afwijzing of afstand nemen van, maar meer het duidelijk stellen van je grenzen en daarmee ruimte te maken voor jezelf.”
Me dit realiserende helpt me om dieper uit te kunnen ademen.
foto