Barbara Veldt

Routebeschrijving Website

Barbara Veldt ...alles over relaties, het leven, opvoeding persoonlijke ontwikkeling en psychologie ! Verbind je met mij en deze pagina en wordt lid van de community!

"Ontdek de kracht van relaties: verbinden, groeien en liefhebben"

Welkom op deze Facebookpagina gewijd aan relaties - in de breedste zin van het woord! Hier deel ik inspirerende inzichten, overpeinzingen, ervaringen en waardevolle tips om je relatie te versterken, of je nu in een intieme relatie zit, een langdurige verbintenis hebt, een gezinsleven hebt, of jezelf gewoon wilt verdiepen in de wetmatigheden van het leven en de liefde. Ik geloof dat verbindende relaties de kern vormen van ons welbevinden, en ik wil je graag ondersteunen bij het creëren van liefdevolle en vervullende verbindingen. Of je nu op zoek bent naar manieren om de intimiteit in je relatie te vergroten, communicatieproblemen te overwinnen, jezelf beter te begrijpen als mens, ouder, partner of kind van, of jezelf afvraagt hoe je een gezonde en gebalanceerde relatie kunt onderhouden, je bent hier aan het juiste adres. Ik moedig diversiteit en inclusiviteit aan in al de content van deze pagina. Ongeacht je geslacht, seksuele oriëntatie, culturele achtergrond, rol, positie of status, mijn doel is om jou te voorzien van waardevolle, inzichtgevende informatie die je kunt toepassen in je eigen leven. Hier kun je vragen stellen, ervaringen delen en leren van gelijkgestemde individuen die streven naar betere relaties. Samen bouwen we aan een wereld waarin liefde en verbondenheid centraal staan. Klaar om de reis naar meer liefdevolle relaties te beginnen? Klik op 'Vind ik leuk' en volg deze pagina voor dagelijkse doses, inspiratie en waardevolle inzichten. Samen kunnen we de magie van relaties ontrafelen en de liefde in ons leven laten floreren. Welkom in deze community - waar relaties tot leven komen! 💖

Heel lang geleden had ik een relatie met iemand die er een stiekem en spannend leven naast hield. Na onze breuk hoorde i...
05/09/2026

Heel lang geleden had ik een relatie met iemand die er een stiekem en spannend leven naast hield. Na onze breuk hoorde ik via meerdere mensen welk verhaal er aan de andere kant werd verteld: ik zou niet in staat zijn om lief te hebben. Het werd niet gebracht als rechtvaardiging voor het vreemdgaan, maar als verklaring voor het einde van onze relatie. En mensen slikten het als zoete koek.

Ik was verbijsterd. Dat iemand met wie ik mijn leven had gedeeld dit over mij vertelde. Dat anderen het aannamen. Ik herkende mezelf er niet in. Ik had toch liefgehad? Ik had toch juist ongelooflijk mijn best gedaan om bij die ander te blijven?

Je kunt zo je best doen om iemand niet kwijt te raken, dat je zelf uit de relatie verdwijnt.

Pas later ben ik gaan zien hoeveel ik in die relatie had ingehouden. Hoe ik me was gaan aanpassen. Ik probeerde de nabijheid te bewaren met iemand die altijd een achterdeur naar iemand anders had. Zie daarin maar eens tot verbinding te komen. Ik was bezig iets tussen ons vast te houden, terwijl ik steeds voelde dat het keer op keer uit m’n handen gleed.

En ondertussen zei ik tegen mezelf: ach, laat maar. Over iets wat ik had willen zeggen. Over wat ik miste. Over een behoefte waarvoor ik de woorden misschien wel had, maar steeds minder het vertrouwen dat ze ergens zouden aankomen. Achter dat kleine zinnetje zat pijn. Het gevoel dat mijn behoefte toch geen plek aan tafel had.

Mijn ‘ach, laat maar’ zat eigenlijk een vraag die niet meer in een antwoord geloofde.

Ergens ging ik me terugtrekken. Dat zie ik nu ook. Ik bleef proberen, maar liet steeds minder zien van wat er werkelijk in mij leefde. Als je verlangen naar nabijheid zo vaak onbeantwoord blijft, wordt opnieuw iets van jezelf laten zien ingewikkeld. Je weet hoeveel het je kost wanneer de ander er weer niet is. Dus houd je iets achter. En de volgende keer nog iets.

Van buitenaf is dat misschien moeilijk te begrijpen. Er zit iemand naast je die weinig meer vraagt. Die stiller wordt. Die zich ogenschijnlijk wel redt. Je kunt gaan denken dat die ander jou niet nodig heeft. Of weinig voelt. Maar je ziet niet meer hoeveel pogingen er aan die stilte voorafgingen.

Hoe vaak kan een mens naar je uitreiken voordat je alleen nog ziet dat die afstand houdt?

Wat in mijn relatie als liefdeloos werd gezien, en misschien ook zo werd gevoeld, was voor mij verweven met mijn pogingen om dichtbij te blijven. Dat is het ingewikkelde. Mijn aanpassing maakte me niet bereikbaarder. Ik hield zoveel in dat de ander steeds minder van mij kon zien. En hoe minder mijn verlangen werd beantwoord, hoe verder ik me terugtrok.

Ik kan daar nu naar kijken zonder te ontkennen dat mijn terugtrekken ook iets deed met de ander. Natuurlijk deed het dat. Maar wat doet het pijn als juist dat het hele verhaal wordt. Als niemand meer vraagt wat er gebeurde voordat je stilviel.

Wat jij afstand noemde, was de plek waar ik al te vaak alleen had gestaan.

Het is een van de belangrijkste lessen uit mijn relationele leven geweest. Hoe weinig we soms begrijpen van gedrag dat we zo gemakkelijk een naam geven. Koud. Afstandelijk. Liefdeloos. We denken iets over een mens te weten, terwijl we misschien vooral zien wat er van diegene overblijft in een verbinding waarin veel van zichzelf geen ruimte kreeg.

En het heeft me ook iets geleerd over mijn eigen verantwoordelijkheid. Over eerder voelen dat ik iets inslik. Mezelf serieus nemen als ik gemis ervaar, in plaats van meteen te bedenken waarom ik er niet zo zwaar aan moet tillen. Maar ook over luisteren wanneer een ander mij iets probeert te vertellen wat ik liever niet hoor. Kan ik dan blijven? Of maak ik het met mijn reactie zo moeilijk dat diegene de volgende keer ook maar denkt: laat maar?

We zeggen gemakkelijk dat iemand alles bij ons kwijt kan. Ik denk dat vooral de momenten waarop we iets ongemakkelijks te horen krijgen, laten voelen of dat ook werkelijk zo is.

Ik ben zo dankbaar dat ik me nu mag laten zien. Dat ik gevoeld word. Dat ik me veilig genoeg voel om nodig te durven hebben. Ik hoef niet eerst alles zelf op te lossen of mijn behoefte kleiner te maken voordat ik ermee naar de ander kan. Er mag iets van mij komen wat ruimte vraagt. Wat nog niet helder is. Wat ik zelf ook spannend vind om uit te spreken.

Soms voel ik pas in die veiligheid hoeveel ik vroeger bij en van mezelf heb gehouden. En hoeveel het voor me betekent dat ik nu wel met alles wat er in me leeft naar iemand toe durf.

Ik weet nu hoe liefde voelt als ik er zelf ook in mag voorkomen.

In mijn nieuwste aflevering van Hechting bij sterke vrouwen, ‘Het moment voor je ja’, sta ik stil bij wat er in je gebeurt als je alweer instemt, terwijl iets in jou aarzelt. Wat slik je in? Wat hoop je daarmee te bewaren? En hoeveel ruimte blijft er dan over voor jou?

🎧 Luister naar ‘Het moment voor je ja’. De link vind je in de reacties.

https://open.spotify.com/episode/6SKKBv8WQg0lpV5tQsQzLl?si=R0TTWJ1bS5q58NwCRQwIrw

Of

https://barbaraveldt.com/podcast

Afbeelding: met AI gegenereerd

Misschien heb je jarenlang geprobeerd te bewijzen dat je ertoe doet. Door hard te werken. Door beschikbaar te zijn. Door...
11/08/2026

Misschien heb je jarenlang geprobeerd te bewijzen dat je ertoe doet. Door hard te werken. Door beschikbaar te zijn. Door veel voor anderen te betekenen. Door nuttig te zijn.

En misschien heeft dat je ook veel gebracht. Waardering, succes, erkenning, een gevoel van betekenis. Maar ergens daaronder kan een oude overtuiging blijven meespelen: als ik genoeg geef, genoeg bereik en genoeg voor anderen beteken, dan weet ik dat ik waardevol ben.

In mijn werk en in mijn nieuwste podcast #15 kijk ik naar wat daaronder ligt. Een kind hoeft zijn waarde niet te verdienen. Het heeft iemand nodig die die waarde ziet en teruggeeft. Die afstemt, aanwezig is en laat merken: ik zie jou.❤️

Wanneer die spiegel vroeger onvoldoende beschikbaar was, kunnen we er later opnieuw naar gaan zoeken. Vaak bij degene van wie we het meest houden. Dan kan de behoefte aan bevestiging groot worden en kan er ongemerkt druk ontstaan op de ander.

Eigenwaarde maakt iets anders mogelijk. Wanneer je minder afhankelijk wordt van wat de ander moet geven, ontstaat er ruimte om werkelijk te ontvangen wat de ander uit zichzelf geeft.

Daar gaat mijn nieuwste podcast #15 verder op in: over eigenwaarde, spiegelen, bevestiging en wat liefdevolle aanwezigheid werkelijk betekent.

🎤 Luister naar podcast #15. Link in Bio

Ze zitten tegenover me. Zij op de ene bank in mijn spreekkamer, hij op de andere. Tussen hen in hangt iets wat ik vaker ...
11/08/2026

Ze zitten tegenover me. Zij op de ene bank in mijn spreekkamer, hij op de andere. Tussen hen in hangt iets wat ik vaker zie bij stellen die al langere tijd vastlopen. Er is liefde. Er is ook veel moeite. Zij vertelt dat ze meer bevestiging nodig heeft. Hij heeft inmiddels het gevoel dat hij voortdurend tekortschiet.

“Ik zeg toch dat ik van je hou? Ik doe toch van alles voor je?” Ze kijkt hem aan. “Maar ik voel het niet.”

Wat zij vraagt, is niet vreemd. Ze wil zich gezien voelen, belangrijk en geliefd. Ze wil merken dat ze ertoe doet voor degene die voor haar het meest dichtbij is. Wanneer je in je jeugd weinig bent gespiegeld, kan dat verlangen naar bevestiging later sterk aanwezig blijven. In mijn meest recente podcast kwam ik daar opnieuw bij uit. De waarde van een kind is er vanaf het begin, maar een kind heeft iemand nodig die die waarde ziet, erop afstemt en haar teruggeeft. Zo leert het zichzelf kennen.

Een kind krijgt zijn waarde niet van de ouder. Die waarde was er al. Wat het kind ontvangt, is de ervaring van gezien worden. Van iemand die teruggeeft: ik zie wie jij bent, ik merk wat er in jou gebeurt en dat doet ertoe. Wanneer die spiegel onvoldoende beschikbaar is geweest, is het begrijpelijk dat je er later opnieuw naar zoekt. Een partner kan dan een belangrijke spiegel worden. Een liefdevolle blik, een compliment of een omhelzing kan iets raken wat lang ongezien is gebleven.

Ik moet daarbij denken aan iets wat ik jaren geleden zelf schreef. Ik schreef dat we ons alleen afgewezen kunnen voelen wanneer we iets van de ander willen en het laten doorgaan voor geven. Geven vraagt niets terug, schreef ik. Het stelt geen voorwaarden en manipuleert niet.

Ik zou die woorden vandaag anders formuleren. Wanneer ik nu in mijn praktijk kijk naar stellen waarin veel om bevestiging wordt gevraagd, zie ik zelden in de eerste plaats manipulatie. Ik zie vaak een oude, onvervulde behoefte. Iemand die ooit onvoldoende heeft ervaren dat hij of zij ertoe deed, kan daar later in een intieme relatie opnieuw naar verlangen. Er zit een verlangen onder om eindelijk te krijgen wat vroeger zo gemist werd.

Tegelijkertijd kan er iets gebeuren wanneer de partner degene wordt die die behoefte steeds opnieuw moet vervullen. De ene partner blijft aangeven wat er nodig is om zich gezien en geliefd te voelen, terwijl de andere steeds meer gaat letten op wat hij moet doen om dat gevoel bij de ander te laten ontstaan. Dan komt er druk op het geven. Wat vanuit liefde zou kunnen ontstaan, krijgt steeds meer het karakter van iets waar aan voldaan moet worden. De een probeert eindelijk te krijgen wat zo lang gemist is. De ander probeert het goede antwoord te vinden.

En dat terwijl bevestiging ook een vorm van geven is. Wanneer ik jou werkelijk zie, geef ik iets. Wanneer jij jezelf aan mij laat zien en ik blijf aanwezig bij wat er in jou gebeurt, geef ik iets. Wanneer ik luister zonder meteen te willen oplossen, veranderen of geruststellen, geef ik iets. Liefdevolle aanwezigheid heeft op zichzelf al een bevestigende werking. Dat is ook waar ik in het vervolg van mijn podcast uitkwam: op het moment dat je werkelijk aanwezig bent bij alles wat zich bij de ander aandient, wordt diens waarde bevestigd.

In mijn werk heb ik dat zelf steeds beter leren begrijpen. Cliënten die zich werkelijk laten zien, hebben niet altijd iets van mij nodig. Soms is mijn belangrijkste bijdrage dat ik er ben en kan blijven bij wat er gebeurt. Dat vraagt van mij dat ik ook contact heb met wat er in mezelf gebeurt. Ik kan pas werkelijk aanwezig zijn bij de ander wanneer ik niet weg hoef van mijn eigen gevoel.

Daarom raakt eigenwaarde ook aan iets wat ik al langer schrijf: een goed gevoel van eigenwaarde vormt het fundament van een open hart. Wanneer je jezelf beter kunt voelen en je eigen emoties kunt begrijpen, word je minder afhankelijk van de ander om te bepalen wat jouw gevoelens betekenen. Als je niet langer gefocust bent op krijgen, ontstaat er bij jou ruimte om te ontvangen.

Dat betekent niet dat je niemand nodig hebt. Juist niet. Een relatie is een plek waar we elkaar kunnen ontmoeten, raken, bevestigen en beïnvloeden. We mogen vertellen wat we missen. We mogen vragen om aandacht. We mogen verlangen naar aanraking, woorden, waardering en nabijheid. Een behoefte blijft iets van jou, ook wanneer je haar bij de ander neerlegt.

Daar zit voor mij het verschil tussen een vraag en een verwachting. Een vraag laat ruimte voor de ander. Een verwachting legt steeds meer vast hoe de ander moet reageren. Ik schreef daar jaren geleden al over: verwachtingen zijn het beeld van onze eigen behoeften dat we op de ander projecteren. Wanneer we die behoefte van buitenaf proberen af te dwingen, ontstaat gemakkelijk weerstand en verwijdering.

Ik denk dat het in relaties helpt om die twee dingen uit elkaar te houden. Je mag zeggen dat je behoefte hebt aan meer bevestiging. Je mag vertellen wat je raakt en waar je naar verlangt. De ander mag daar vervolgens vanuit zichzelf op reageren. Juist wanneer er ruimte blijft voor die eigen beweging, kan geven weer werkelijk geven worden.

Ik heb mijn eigenwaarde zelf ook niet alleen gevonden door naar binnen te kijken. Ik heb haar leren ervaren in de ontmoeting met anderen, in mijn therapiekamer, in vriendschappen, in de gezonde intieme relatie en bij mensen die mij werkelijk zagen. Mirjam vertelde in ons gesprek iets soortgelijks. Toen zij zichzelf meer durfde te laten zien aan mensen die ze vertrouwde, kreeg ze een spiegel waarin ze haar waarde steeds beter kon herkennen.

We hebben elkaar nodig om onszelf te leren kennen. Dat blijft. Tegelijkertijd verandert er iets wanneer je steeds meer zelf kunt ervaren wat er in jou leeft. Dan hoef je de ander minder te sturen in wat die moet geven. Je kunt aangeven wanneer je iets mist, je kunt geraakt worden wanneer de ander je niet ziet zoals je hoopte en je kunt ondertussen blijven voelen dat jouw waarde er nog steeds is.

De ander kan je waarde spiegelen. De ander kan iets zichtbaar maken wat je zelf nog nauwelijks kende. Dat is een groot geschenk. Maar wanneer je eigenwaarde steeds meer van binnenuit wordt ervaren, ontstaat er ook ruimte voor wat de ander uit zichzelf wil geven.

Bevestiging krijgt dan weer iets vrijs. Je zegt wat je ziet omdat je werkelijk geraakt bent door wie er tegenover je zit. Je geeft aandacht omdat je aanwezig bent. Je raakt iemand aan omdat je nabij wilt zijn. Je hoeft niet voortdurend te bewijzen dat de ander waardevol is en de ander hoeft jouw waarde niet voortdurend voor je te bevestigen.

Misschien is dat uiteindelijk een volwassen vorm van bevestiging: elkaar werkelijk zien, elkaar iets geven en ruimte laten voor wat de ander zelf meebrengt. Daar kan liefde weer bewegen zonder dat iedere behoefte een opdracht voor de ander wordt.

♥ Luister de podcast
In mijn nieuwste podcast 'Eigenwaarde is iets dat je krijgt' ga ik verder op deze zoektocht naar eigenwaarde. Over de spiegel die we als kind nodig hebben, wat er gebeurt wanneer we die spiegel later in onze relaties zoeken en hoe eigenwaarde verandert wanneer je jezelf steeds meer leert ervaren. Link staat in de comment.

De afgelopen tijd houdt één vraag me bezig. Ik geniet van mijn werk, van schrijven, van creëren en van alles wat ik mag ...
28/07/2026

De afgelopen tijd houdt één vraag me bezig. Ik geniet van mijn werk, van schrijven, van creëren en van alles wat ik mag opbouwen. Toch merk ik hoe lastig ik het soms vind om een middag niets te doen. Dan bedoel ik ook echt niets. Geen boek schrijven. Geen podcast opnemen. Geen ideeën uitwerken. Gewoon zijn.

Ik vroeg me af waar die onrust vandaan komt. Ergens ben ik gaan geloven dat een dag pas echt de moeite waard is als ik iets heb toegevoegd. Dat gevoel is zo vanzelfsprekend geworden dat ik het nauwelijks nog opmerk. Pas wanneer ik stilval, merk ik hoeveel waarde ik ongemerkt ben gaan ontlenen aan wat ik doe.

Dat bracht me bij een vraag die me sindsdien niet meer loslaat.

Moet ik eerst iets betekenen, voordat ik mezelf van betekenis vind?

Ik vermoed dat dit voor veel mensen herkenbaar is. We besteden veel aandacht aan zelfvertrouwen, terwijl eigenwaarde over iets heel anders gaat. Zelfvertrouwen groeit door ervaring en ontwikkeling. Eigenwaarde gaat over de relatie die je met jezelf hebt wanneer er niets te bewijzen valt.

In de nieuwste aflevering van Hechting bij Sterke Vrouwen neem ik je mee in deze gedachte. Luister je liever niet via Spotify? Dan vind je de aflevering ook op mijn website.

Wil je je verder verdiepen in dit onderwerp? Dan sluit mijn e-book Eigenwaarde kun je leren – meer rust in jezelf, meer ruimte in je relaties hier mooi op aan. Juist deze week kun je het met extra korting bestellen.

Ik ben benieuwd welke gedachte uit de podcast jou het meest bijblijft. 💛

10/07/2026

Liefde is niet alleen zacht.
Ze beschermt.
Ze gaat staan.
Ze maakt zich groot voor wat kwetsbaar is.

Boosheid is de krachtdadige kant van liefde.
De tanden der liefde.

Als ze haar werk heeft gedaan, gaat ze weer liggen.
Zo werkt het, met boosheid die er mag zijn:
ze komt, ze beschermt, ze trekt voorbij.

En jouw boosheid?
Waar is die heen?
Zit ze in je rug, in je adem?
Of voelt een ander haar, op momenten die jij niet bewust bent?

Aflevering 13 · Als boosheid geen woorden heeft.

Link in bio. 🎧

We leren liefde vaak herkennen aan zachtheid. Aan geduld, begrip en rekening houden met de ander.Maar liefde heeft ook t...
10/07/2026

We leren liefde vaak herkennen aan zachtheid. Aan geduld, begrip en rekening houden met de ander.

Maar liefde heeft ook tanden.

Boosheid laat zich zien wanneer iets wat je dierbaar is wordt bedreigd. Wanneer een grens wordt overschreden. Wanneer je te lang hebt ingeleverd op wat voor jou wezenlijk is. Ze zegt: dit doet ertoe. Dit mag niet verloren gaan.

Voor veel vrouwen voelt die kracht echter gevaarlijk. Ze leerden al vroeg dat boosheid afstand veroorzaakt, anderen teleurstelt of de verbinding op het spel zet. Dus werd ze ingeslikt, verzacht of omgebogen. Naar tranen. Naar aanpassen. Naar nog harder proberen het goed te doen.

Maar wat geen woorden krijgt, verdwijnt niet zomaar.

Soms wordt boosheid vermoeidheid. Soms controle. Soms een scherpe reactie op iets kleins. En soms gaat het lichaam spreken waar jij zelf nog geen taal voor hebt.

Gezonde boosheid is geen vrijbrief om de ander te beschadigen. Ze is ook geen bewijs dat je de verbinding bent kwijtgeraakt. In haar meest zuivere vorm helpt ze je beschermen wat je lief is. Je waardigheid. Je grenzen. Je verlangens. Je plek in een relatie.

In de nieuwe aflevering van Hechting bij sterke vrouwen onderzoek ik wat er gebeurt wanneer boosheid nergens heen mag, waarom simpelweg “leren boos worden” meestal niet werkt en wat er nodig is om deze kracht stap voor stap weer toe te laten.

Misschien hoef je jezelf vandaag niet te vragen waarom je boos bent. Vraag je eens af: waar probeert mijn boosheid voor op te komen?

Aflevering 13: Als boosheid geen woorden heeft is nu te beluisteren.

👉 Spotify hechting bij Sterke vrouwen
👉 website: barbaraveldt.com/poscast

"Als je nou eens iets minder gevoelig was, zou het leven een stuk makkelijker voor je zijn."Het klinkt als zorg. Voor de...
30/06/2026

"Als je nou eens iets minder gevoelig was, zou het leven een stuk makkelijker voor je zijn."

Het klinkt als zorg. Voor degene die het hoort, valt het als een vonnis.

We willen allemaal veranderen. Groeien, wijzer worden, vrijer worden in het contact met anderen. Er is alleen één ding dat we vrijwel niemand gunnen: veranderd wórden door een ander. En toch doen we het de hele dag door. Bij elkaar. Verpakt in een goedbedoeld zinnetje. Doe nou eens rustig. Zeg eens wat vaker iets. Maak je niet zo druk.

Wat zo'n zin doet, merk je pas een tel later. De ander wordt een fractie stiller. Antwoordt net iets te keurig. Of begint uit te leggen, te verdedigen, terug te duwen. Het gesprek dat er net nog was, is weg. Wat overblijft is twee mensen die hun stelling betrekken.

Ik doe er zelf ook aan mee. Ik betrap me erop, thuis, bij de mensen van wie ik het meest houd. Dat ik iemand net even wil bijsturen, omdat het míj dan rustiger maakt. En als ik eerlijk ben, gaat het op die momenten helemaal niet over de ander. Het gaat over iets in mij dat ongemakkelijk is geworden en dat ik liever buiten mezelf oplos.

Onder de drang om iemand te veranderen ligt bijna altijd een eigen, onvervuld verlangen. Naar rust. Naar veiligheid. Naar echte nabijheid. Zodra ik dat verlangen verpak als een correctie op het karakter van de ander, raakt die ander zichzelf kwijt. En ik kom geen stap dichterbij wat ik zocht.

Echte invloed begint ergens anders. Bij de acceptatie van de mens die voor je staat, precies zoals hij of zij er nú is. Dat betekent niet dat alles bij het oude blijft of dat je je grenzen inslikt. Het betekent dat je de ander eerst echt ziet. Zonder verborgen agenda. Zonder de stille hoop dat er straks een verbeterde versie tevoorschijn komt waar jij je prettiger bij voelt.

Daar ontstaat ruimte. Ruimte om elkaar weer te raken. En in die ruimte, waar niemand zich meer hoeft te verdedigen, ontstaat de enige verandering die beklijft: die van binnenuit. Niemand kan haar afdwingen.

Vaak is de kortste weg naar de verbinding die je zoekt het loslaten van de controle die de deur juist dichtduwt.

Liefde kan pas echt groeien op het moment dat twee mensen hun harnassen afdoen en besluiten dat ze goed genoeg zijn. Nog voordat er ook maar iets is veranderd.

Ik kreeg dit na een sessie.Van een cliënt.Ik mag het anoniem delen. En eerlijk: ik vind dat dit gelezen mag worden. Niet...
22/06/2026

Ik kreeg dit na een sessie.

Van een cliënt.

Ik mag het anoniem delen. En eerlijk: ik vind dat dit gelezen mag worden. Niet als bewijs van mijn werk, maar als bewijs van wat er kan gebeuren wanneer iemand woorden vindt voor iets wat jarenlang geen taal had.

Ik bleef hangen bij die zin:

“Wanneer zij vraagt wat ik nodig heb, voel ik onmiddellijk het gewonde dier onder mijn trui bewegen.”

Daar zit zoveel in.

Hoe nabijheid kan schrikken.
Hoe aandacht eerst langs oude wachters moet.
Hoe een gewone vraag iets wakker kan maken dat allang niet meer gewoon is.

En dan gebeurt er iets.

Er wordt niet harder gewerkt.
Er wordt niet netjes opgelost.
Er hoeft even geen verhaal te kloppen.

Er is een kleine kamer.
Een verwarmingsbuis.
Een stem die zakt.
Een lijf dat scant, wijkt, blijft.

En ergens daar, tussen verlangen en angst, komt iets tevoorschijn wat ooit geen plek had om te bestaan.

Ik vind dat misschien wel het meest ontroerende aan lichaamsgericht werken.

Dat we het lichaam niet behandelen als project.

We luisteren tot het zelf begint te spreken.

Soms als een dier.
Soms als een vogel met natte vleugels.
Soms als een meisje met wilde ogen.
En soms, heel soms, rekt de kamer zich uit.

Van binnenuit.

Ze houdt haar jas aan als ze gaat zitten, en dan mompelt ze een zin die ik wel vaker hoor. "Ik moet eerlijk zeggen dat i...
08/06/2026

Ze houdt haar jas aan als ze gaat zitten, en dan mompelt ze een zin die ik wel vaker hoor. "Ik moet eerlijk zeggen dat ik het eigenlijk zonde vind van jouw tijd. Er zijn vast cliënten die deze sessies harder nodig hebben dan ik," zegt ze. "Ik functioneer prima." En dat is ook zo. Dat is me tijdens het eerste gesprek wel duidelijk geworden.

Als je haar zou beoordelen op alles wat zichtbaar is, slaagt ze met vlag en wimpel. Ze heeft een baan waarin mensen háár bellen als het ingewikkeld wordt. Een gezin dat ogenschijnlijk op rolletjes loopt. Een telefoon vol verjaardagen, het hele sociale netwerk dat zij warm houdt. Ze is het type dat in een groepsapp de chaos al heeft opgelost terwijl de rest nog aan het typen is dat ze het zo vervelend vindt. Valt er ergens een bal, dan vangt zij hem. En vraag je hoe het gaat, dan zegt ze "druk, maar goed", met de klemtoon op druk. Druk is respectabel. Druk betekent dat je nodig bent.

Als ik vraag hoe ze er vandaag bijzit, vertelt ze over haar week alsof ze een boodschappenlijstje opdreunt. Vergadering. Een avond knokken met haar puberdochter. Slecht geslapen. Toch weer op. Ergens donderdag een migraine die ze, en dat zegt ze er bijna verontschuldigend bij, "niet kon gebruiken". De vraag 'hoe zit je er vandaag bij' is eigenlijk bedoeld om haar te laten inchecken in haar lijf. Dat komt echter niet in haar op, ik laat het er voor nu even bij.

In de lange lijst hoor ik alleen op het stuk over haar dochter een kleine hapering in haar stem. Ze heeft de deur erover dichtgeslagen. Vervelend, zegt ze, maar daar lag ze niet wakker van. Waar ze wél wakker van lag, kwam later. Toen het huis donker was en haar man naast haar in slaap, lag zij naar het plafond te kijken. Iedereen sliep. Alleen die ene stem niet, en die had op dat uur het rijk alleen.

Die stem schreeuwt niet. Het is een zachte, venijnige stem die geen volume nodig heeft om te weten dat het gelijk krijgt. Je hebt overdreven. Je hebt het verpest. Je lijkt je moeder wel. Je had het kunnen zien aankomen. Je had zachter moeten zijn, en tegelijk strenger, en eerder, en anders, en beter.

Ze lacht erbij. Een klein, geoefend lachje waarbij de ogen niet meedoen. Ik noem het het deurmatmoment. Je veegt er net genoeg ernst aan af om de kamer niet te belasten. Het is het lachje van iemand die geleerd heeft haar pijn eerst netjes in te pakken voor ze hem op tafel legt, zodat niemand schrikt. Zijzelf nog wel het minst.

Ze is haar leven lang zo goed geweest in aanvoelen wat anderen van haar nodig hadden, dat de lijn naar wat zíj nodig heeft ergens onderweg is gaan ruisen. Niet doorgesneden. Alleen overstemd. Je past je duizend keer aan, vriendelijk, soepel, behulpzaam, en op een dag merk je dat je niet meer goed weet welke van die bewegingen van jou was en welke van de kamer.

"Die stem wil ik kwijt," zegt ze. "Dat is de enige reden waarom ik hier zit. Hij sloopt me."

Natuurlijk wil ze hem kwijt. Wie wil er nu samenwonen met een inspecteur die nooit met vakantie gaat, nooit een keer zegt dat het zo ook prima is, en elke dag afsluit met een evaluatie waar je niet om hebt gevraagd. De meeste mensen komen hier met een verlanglijstje, of moet ik zeggen een wegwerplijstje?! Dit mag weg. De schaamte ook. En als het even kan voor de zomer nog die gewoonte om alles wat misgaat meteen op zichzelf te betrekken. Ik chargeer.

Alleen werkt het zo zelden. Wat je in jezelf bevecht, wordt bijna nooit kleiner van de strijd. Het wordt slimmer. Het leert onderduiken, het komt 's nachts terug, het verandert van stem maar niet van werk.

Dus ik begin niet bij de stem. Ik vraag haar iets wat in een spreekkamer bijna raar klinkt. Niet wat er aan de hand is. Niet wat ze ervan denkt. Ik vraag of ze kan zoeken naar een houding die een heel klein beetje prettiger zit dan de houding waarin ze nu zit. Ze kijkt me aan alsof ik haar een oneerbaar voorstel doe. Er zit duidelijk weerstand in haar beweging maar voor nu ben ik even degene waar ze zich naar voegt. En dan, aarzelend, schuift ze iets. Haar rug iets minder recht. Nu doet ze haar jas uit en ze draait voorzichtig met haar schouder. Die zakt heel subtiel. "Zo," zegt ze, en ze hoort haar eigen verbazing. Niemand heeft haar in jaren gevraagd wat prettig zit. Zij vraagt het ook nooit aan zichzelf. Daar begint het. Niet bij begrijpen. Bij gewaarworden. Iets in haar reageert op die ene vraag, zoals alles wat leeft wakker wordt zodra er eindelijk iemand aanwezig is in plaats van alleen maar bezig.

Met een zachtere stem vervolg ik. Ik vraag haar wanneer zij deze stem voor het eerst nodig had.

Ze kijkt weg. Geïrriteerd, alsof haar hoofd alvast wil melden dat dit therapeutengezwets is. En toch ook nu gebeurt er iets. Naast de vrouw die vergaderingen voorzit en weet waar in huis de reservesleutels liggen, komt heel even iemand anders zitten. Kleiner. Oplettender. Aanweziger. "Acht," zegt ze. Ze poogt er iets nonchalants in door te laten klinken. "Misschien jonger. Mijn moeder was vaak ziek. Ik hield het stil, dan werd het niet erger."

En in die ene zin verandert de stem van gedaante. Hij is niet meer alleen de kwelgeest die haar om drie uur wakker houdt. Hij is ook het meisje dat wist welke traptree kraakte. Dat haar glas altijd met twee handen omvatte om te voorkomen dat ie omviel. Streng zijn voor zichzelf was al heel jong een baan geworden die ze uiterst serieus nam.

Dat is het misverstand dat we bijna allemaal over onze eigen hardheid meedragen. We denken dat ze tegen ons is. We schelden haar uit, noemen haar onze perfectionist, onze slavendrijver, ons rotstemmetje, en doen alsof ze ons leven komt verpesten uit pure boosaardigheid. Terwijl ze ooit misschien de enige in huis was die snapte hoeveel er op het spel stond. Niet in woorden. In dat kinderlijke weten: als ik nu niet oplet, gaat het mis. Als ik te veel ben, bezwijkt er iets. Als ik niets nodig heb, blijft het misschien heel.

Die stem is dus niet als vijand begonnen. Hij begon als nachtwaker. Hij hield de wacht in een huis waar verder niemand de wacht hield, en hij deed het zo goed dat ze het heeft overleefd. Hij leerde haar vooruitkijken, gezichten lezen, zichzelf corrigeren voor een ander de kans kreeg. Hij maakte haar onmisbaar. Het enige wat niemand hem ooit heeft verteld, is dat de oorlog allang voorbij is. Niemand heeft hem afgelost. Niemand is een keer naast hem komen staan om te zeggen: ga jij maar slapen, ik hou het vannacht wel in de gaten.

Ik ken die kwelgeest in een andere vermomming. Na de dood van mijn moeder, en later ook mijn vader, ontstond bij mij geen stem die elke nacht mijn fouten opsomde. Bij mij ging er een motor draaien. Maken. Werken. Begrijpen. Doorgaan. Muziek was mijn taal, en juist die deur hield ik jarenlang dicht, omdat ik ergens wist dat daar niet alleen klank achter zat, maar ook gemis. Er zat iets bijna trouws in dat doorgaan. Alsof ik niet alleen mijn eigen leven moest leiden, maar ook iets van haar moest meenemen, voortzetten, waarmaken. Een opdracht zonder briefje erbij.

Van een afstand ziet zoiets er prachtig uit. Mensen noemen het discipline, talent, doorzettingsvermogen. Ze zeggen dat je veel voor elkaar krijgt, en dat klopt. Oude overlevingskracht is niet alleen verdrietig, ze is vaak verbluffend goed georganiseerd. Ze bouwt loopbanen, houdt gezinnen overeind, onthoudt elke verjaardag en weet precies waar de pleisters liggen. Alleen vraagt zelden iemand wie daar al die tijd aan het stuur zit. En of die ooit heeft geleerd de motor uit te zetten zonder bang te worden.

Ik vertel haar dit niet. Het gesprek gaat niet over mij. Maar ik vraag of ze zich kan voorstellen dat die stem niet slecht is, alleen doodmoe. Niet wijs, niet de geschikte leider van haar leven, wel een oude kracht die veel te jong is gaan werken en nooit meer gestopt is.

Ze kijkt me aan zoals je kijkt naar iemand die net beweert dat de inbreker eigenlijk je huis kwam bewaken. Ze wil wel mee, en tegelijk vindt iets in haar het bijna een belediging. Die stem geen vijand? Het ding dat haar nachten inpikt, haar moederschap verdacht maakt, haar nooit eens gewoon laat zijn?

Ik vraag niet of ze hem kan wegsturen. Ik vraag of hij er even mag zijn. Hier, in deze kamer, zonder dat hij iets hoeft te doen, zonder dat hij hoeft te verdwijnen. Wat we niet meer bevechten, hoeven we ook niet meer buiten te houden. En wat eindelijk mag bestaan, laat vaak voor het eerst zien waarvoor het al die jaren heeft gestaan.

Niets plechtigs dus. Geen kaarsen, geen tromgeroffel. Gewoon hier, tussen de tissuedoos en haar telefoon die met het scherm naar beneden op de armleuning ligt, alsof zelfs dat ding even niets mag willen. "Zou je tegen die stem kunnen zeggen dat je ziet hoe lang hij al staat?"

"Dit is echt belachelijk," zegt ze. Ik zeg dat belachelijk vaak een prima begin is. Het hoeft niet mooi.

Ze kijkt naar een punt op de vloer. En dan, bijna binnensmonds: "Ik zie dat je heel lang in je eentje hebt staan opletten."

Ze verwacht er niets van. Dat is precies waarom het werkt. De stem verdwijnt niet. Maar voor het eerst staat ze niet tegenover hem met getrokken mes. Ze kijkt hem aan. En in dat kijken schuift haar hele binnenwereld een paar millimeter op. Genoeg voor lucht. Genoeg om te merken dat onder al dat oordeel geen wreedheid zat, maar angst. Heel oude, heel trouwe angst.

"Ik heb hem mijn leven lang gehaat," zegt ze. Zachter nu. "En hij was misschien de enige die doorhad hoe alleen ik was."

Zulke zinnen kun je niet bedenken. Ze komen niet uit het hoofd, dat zou ze gladder hebben geformuleerd. Ze komen van de plek waar iemand even ophoudt zichzelf te behandelen als een project met achterstallig onderhoud, en zichzelf begint te zien als iemand met een geschiedenis. Iemand die niet alleen gedrag heeft, maar redenen. Geen goede redenen voor nu misschien. Wel volstrekt begrijpelijke redenen van toen.

Ze loopt mijn kamer niet als een ander mens uit. Zo werkt het niet, en ik wantrouw elke bevrijding die zich na één gesprek aandient. De stem meldt zich die avond gewoon weer. Misschien iets zachter, misschien ook niet.

Maar er is iets verschoven dat niet terugschuift. Ze kan niet meer terug naar het moment waarin ze hem alleen nog haatte. Ze heeft hem aangekeken, en voor het eerst gezien wat hij al die jaren heeft bewaakt.

Zo'n oude wacht geeft zijn sleutels niet zomaar af. Hij wacht tot er eindelijk iemand thuiskomt bij wie hij ze durft neer te leggen.

Soms wordt het pas stil vanbinnen als het deel dat altijd moest waken eindelijk voelt dat jij thuis bent.

Adres

Amsterdam
1073GJ

Openingstijden

Maandag 09:00 - 17:00
Dinsdag 09:00 - 17:00
18:00 - 19:00
Woensdag 09:00 - 17:00
Donderdag 09:00 - 17:00
Vrijdag 09:00 - 17:00

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Barbara Veldt nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Snelkoppelingen

Gesponsord

Delen